Skip to main content

Opmerking vooraf

De eerste 50 lessen van het Werkboek van Een Cursus in Wonderen met de uitleg van Jan in zijn karakteristieke taalgebruik zullen in clusters van ongeveer vier à vijf per keer in de komende nieuwsbrieven te lezen zijn. Inhoudelijke vragen over deze lessen kunnen per email aan Jan gesteld worden. ‘Met deze lessen bedoel ik ons leerlingschap te delen en natuurlijk niet de Cursus te verbeteren. Voor wie het niet behulpzaam is, niks mee doen dan’.

Noot over het taalgebruik van Jan

Een Cursus in Wonderen werd opgetekend door Helen Schucman, daarbij bijgestaan door William Thetford (Bill), beiden academisch geschoold en Helen bovendien thuis in de werken van Shakespeare (wat vooral in de Engelstalige versie van de CIW terug te vinden is).

Ik, Jan, ben woordblind wat wil zeggen dat ik zowel in mijn leesvaardigheid als mijn schrijfvaardigheid ernstig gehandicapt ben. Dus het verschil in taalvaardigheid met Helen wat betreft taalkundig schrijven zoals we dat, als we de aanleg hebben, kunnen leren op school is enorm.

Mijn manier van schrijven wordt door zo aangevinkte taalkundigen in alle onschuld spreektaal genoemd, zichzelf zo mijns inziens de mogelijkheid tot beelden lezen ontnemend en zo per ongeluk voor gelijk kiezen en niet voor geluk.

Jarenlang heb ik gepoogd mijn taal met de hulp van allerlei mensen om me heen leesbaar en acceptabel te maken voor lezers die over het algemeen deze vaardigheid wél aangevinkt hebben gekregen en als vanzelfsprekend nemen, vaak direct oordelend als het niet volgens de regels gaat, en zo de kans op vergeving over het hoofd zien. We zijn in een bepaalde mate zeker geslaagd het leesbaar te maken maar tóch is het ook grotendeels ondoenlijk gebleken. In mijn beperking zit mijns inziens juist een uitnodiging, een vergevingskans, niet alleen voor mijzelf maar juist óók voor de lezers: wat ik denk te zien en/of te weten is niet waar, niet gebeurd.

Helen en Bill zaten in mijn kijk helemaal vast in wat ik schoonschrijverij-denken noem (zie verderop voorbeeld over het woord kennen) en wat in de wereld heel belangrijk is. Maar Jezus probeert hen in Een Cursus in Wonderen voorzichtig te vertellen dat het allemaal onzin is.

Mijn vraag aan de lezers is om je open te stellen. Inderdaad kan ik, Jan, niet schrijven maar wat ik schrijf verwijst metaforisch wel naar iets wat voorbij gaat aan woorden. Net als Jan zal je dan moeten doorploeteren en veel moeten vergeven over in jouw ogen moeilijke, zelfs onmogelijke zinnen met te veel herhalingen. Het belangrijkste is om te zien dat we allen onschuldig zijn, Helen en Bill, ik Jan en jij als lezer. Ik heb mezelf als Jan niet aangevinkt op wel/niet kunnen schrijven en jij als lezer ook niet. Maar het is niet van belang of iets met een dt, t of d, een f of een v geschreven hoort te worden en of de komma´s en punten wel op de juiste plek staan. Juist het zien dat het niet perfect hoeft kan je helpen om los te komen van de ego-dictatuur. Dat de gelijkheid niet te vinden is in hoe het geschreven is maar waar het naar verwijst. Het gaat om het krijgen van visie, wat dat inhoudt. En dat is non-verbaal, heeft niks met woorden te maken.

Het lijkt misschien of ik mijn minderwaardigheidscomplex dat ik niet kan schrijven probeer te verstoppen maar dat probeer ik helemaal niet. Dat kan ik trouwens niet, haha. Ik val constant door de mand maar iemand die heel goed kan schrijven valt uiteindelijk óók door de mand. We kunnen hier niet anders dan door de mand vallen. Of je nu vastzit in niet kunnen schrijven of vastzit aan héél goed kunnen schrijven, het is allebei vastzitten aan waanideeën. Dus verwelkom het door de mand vallen.

Doe eenvoudig dit:
wees stil en leg alle gedachten terzijde over wat jij bent en wat God is, alle ideeën die je hebt geleerd ten aanzien van de wereld, alle beelden die je hebt van jezelf.

Maak je denkgeest leeg van alles waarvan hij denkt dat het waar of onwaar, goed of slecht is, van iedere gedachte die hij waardevol acht en van alle ideeën waarvoor hij zich schaamt. Houd vast aan niets. Breng geen enkele gedachte met je mee die het verleden je heeft geleerd, en geen enkele overtuiging die je vroeger ooit aan wat ook hebt ontleend. Vergeet deze wereld, vergeet deze cursus, en kom met volkomen lege handen tot jouw God.

Les 189/ blz 363

Voorwoord lessen

Voor mij zijn de eerste 50 lessen de juweeltjes die de directe weg van Nestor naar nooit weggeweest wijzen. De bereidheid deze 50 lessen met openheid tegemoet te treden kan enorm helpen om direct via de innerlijke Stem van God tot ware vergeving te komen en van daaruit onschuld te zien in onszelf en bij iedereen die we als lichamen buiten ons lijken te zien. Het uiterst eenvoudige van ons natuurlijke, lichaamloze ZIJN is zo simpel dat we dat met ons ego-denken nooit kunnen begrijpen omdat het ego juist gebaat is bij complexiteit. Ons Ene ZIJN is van zichzelf woordloos maar er kan gelukkig wel met woorden verwezen worden naar wat we werkelijk zijn en hoe we dat kunnen ervaren. Ondertussen lijkt het dubbele van het lichaam-denken dat we dood gaan gewoon door te gaan. Op het niveau van vorm kunnen we het domein van de waarneming niet ontstijgen maar wel leren zien als niet echt. We kunnen slechts kiezen voor ware of onware waarneming. Vanuit ware waarneming ofwel wondergerichtheid zie je liefde en onschuld, de vergeven wereld. Vanuit onware waarneming zie je conflict en pijn; zonde. Dát is de enige vrijheid die we binnen deze droom hebben, de keuze tussen deze twee. En zelfs dát hoeven we niet op eigen kracht te doen want daarin kunnen we hulp vragen aan de Heilige Geest, symbool voor datgene in ons wat niet mee is gaan dromen.

Juist het ervaren van deze heerlijkheid, de natuurlijke staat van voor er met onware gedachten lichamen werden gemaakt, is in de eerste 50 lessen verbeeld en komt in les 49 tot bloei met ‘Het is heel goed mogelijk de hele dag te luisteren naar Gods Stem’, wát dan ook we als lichamen lijken te blijven doen. In deze 50 lessen wordt onze neus direct gericht naar het ervaren van onze stabiele essentie, dát in ons wat al thuis en onveranderlijk is en leren we onze gerichtheid op de verleden en toekomst dictaten van het ego te doorzien als van geen enkele waarde om duurzaam geluk te delen. Vaak reageert ons ego hier via het lichaam heftig op met angst en schuld gedachten. Dus is het belangrijk om geleidelijk aan te leren aanvaarden dat we geen lichaam zijn en we dus niet op hoeven houden te doen of laten wat lichamen lijken te doen met hun lichaamsgaten. Het inzicht dat wat we lijken te doen niet echt gebeurt en dat dit geen gevolg heeft voor onze natuurlijke staat van liefde delen met God, is voor veel mensen terecht een stap te ver. Daarvoor geeft de CIW eerst nog de mogelijkheid tot het leren van de rest van de kleine lessen en kom je er mogelijk pas later toe de essentie van deze eerste 50 juweeltjes te mogen omarmen. Maar straf jezelf daar niet voor want Gods verlossingsplan werkt voor iedereen op de wijze zoals dat bij jou het beste past. De Heilige Geest gebruikt dát wat werkt voor jou. Als het woord HG voor jou niet vertrouwenwekkend is gebruik gerust een ander label om jouw vertrouwen en bereidheid in uit te drukken zoals bijvoorbeeld: Jezus, Athene, Liefde, de Bron, of zoals bij mij Wolter Keers.

Wijlen Margot Krikhaar (auteur van Ontwaken in liefde,  De grote bevrijding en Ik ben niet een lichaam) heeft mij op mijn vraag of het voor lezers niet te verwarrend zou zijn, aangemoedigd in mijn beeld- en taalgebruik bij mijn kijk op de eerste 50 lessen van de CIW.

Ik vroeg Margot bijvoorbeeld of ik het woord kennen en kennendheid zoals ik gewend was dat te gebruiken voor het absolute, wel kon gebruiken. Zij vond het juist goed dat ik mijn eigen taalgebruik hanteerde en Margot wees mij er op dat het woord kennen bij Helen Schucman conflict teweeg bracht en dat zij juist de eerste 50 lessen niet begreep en er liever niets mee te maken wilde hebben. In de biografie van Helen Schucman door Kenneth Wapnick (Een leven geen geluk) wordt dit conflict beschreven: “Helen vroeg me dus overal het ‘algemeen verbreide’ kennen te veranderen in een ander woord”(p. 388). Maar omdat dit het poëtische taalgebruik verstoorde mochten de meeste woorden later weer teruggezet worden naar het oorspronkelijke kennen.

Mijn uitnodiging bij het tot je nemen van deze 50 lessen is om er met openheid naar te willen kijken en elk oordeel erover aan de Heilige Geest te geven en te zien wat voor beloning aan heerlijkheid het je zo kan brengen. Kijk vanuit een open denkgeest naar wat gelijk is en niet naar de verschillen, want zoals een CIW zelf zegt: ‘zoek je de controverse dan zal je die zeker vinden!’

Ik wens zij die naar huis willen een behouden vaart gedragen door de Stem van God die ik suizen noem. Deze heeft mij van het geloof een onbesuisd manneke te zijn weer besuisd; de intimiteit van de zachte, stille thuissfeer van ons eeuwige heden elk moment ervaren. In dit heden dat ons ‘de hele dag lieflijk draagt’ zie ik tegelijkertijd de ogenschijnlijke dubbelheid. De droomfiguren die gewoon door lijken te gaan in deze film van Ome Willem alleen nu geloof ik dit eigen droommaaksel niet meer en is dát de vergeving. Ik zie nu dat deze schijnbaar verdeelde realiteit gewoon de Eenheid deelt van het in-God-Zijn en deze wereld zegent met het onschuldig weten van de droomfiguren zowel als de droommaker in ons. Zo wordt het Vader en verloren Zoon verhaal afgerond in één Zijn en het delen daarvan wat louter Liefde is. Amen

Jan

Jan in gesprek over de Cursus: