Skip to main content
Een cursus in wonderenMedia

Les 21: Ik ben vastbesloten de dingen anders te zien

By 17 mei 2022augustus 12th, 2022No Comments
1. Het idee voor vandaag is vanzelfsprekend een voortzetting en uitbreiding van het vorige. 2Ditmaal zijn er echter, naast de toepassing van het idee wanneer bijzondere situaties optreden, speciale perioden van gedachtenonderzoek vereist. 3Vijf oefenperioden van elk een volle minuut worden dringend aangeraden.
LES 199 Ik ben niet een lichaam. Ik ben vrij.1. Vrijheid is absoluut onmogelijk, zolang jij een lichaam als jouzelf beschouwt. 2Het lichaam is een beperking. 3Wie in een lichaam naar vrijheid zoekt, zoekt die waar ze niet kan worden gevonden. 4 De denkgeest kan worden bevrijd wanneer die zichzelf niet langer als in een lichaam ziet, hecht daaraan gebonden en door de aanwezigheid ervan beschut. 5Was dit de waarheid, dan zou de denkgeest inderdaad kwetsbaar zijn.

Vraag hulp aan jeZelf, HG, om de blijvende stille vreugdevolle getuigenheid in jezelf weer zichtbaar te maken. Vraag of je bewust mag ervaren dat niet het lichaam, maar de denkgeest (kennendheid van gedachten) de vreugde over zichzelf kent. Er is in eenheid namelijk niks en niemand anders dat ons kan bevredigen.

T18VI.4;7Het lichaam werd niet door liefde gemaakt.

Om eerlijk naar onszelf te leren zijn en tot de rede, het besef te komen dat we zelf deze droom maken, moeten we de Heilige Geest(HG) vragen ons te helpen. Aan de hand van deze innerlijke hulp die dichter bij ons is als hand en hart kunnen we de dualistrijd gedachten in onszelf (die we het liefst ‘privé’ houden) gaan onderzoeken en voorzichtig voorbij de begrenzingen gaan kijken die het ego-script ons voorlegt.

Het script dat we voorgeschoteld krijgen hoeven we niet als waar of onwaar te bestempelen. Alles wat daar lijkt te gebeuren is namelijk één grote zelfmisleiding. Zowel dat wat we voor waar aanhouden, als dat wat we als leugens doorzien zijn onderdeel van de dualiteit. Beiden zijn bruikbaar om te realiseren dat we daaraan vooraf, eraan voorbij te vinden zijn. We hoeven alleen de onware gedachten van de droommaker in onze denkgeest te laten genezen, door HG, de hulp in ons Zelf. Alleen zo kunnen we gaan zien dat er werkelijk niets te vergeven valt.

Ergens iets van vinden is een ander woord voor angst en schuld. Het zijn termen, labels, beelden voor alle gevoelens die voortkomen uit het verleden-verhaal van het ego. Door dit soort verleden-verhalen te geloven zullen we ons bang, kwaad, depressief, schuldig voelen. Dit soort pijnlijke gevoelens laten zien dat we het huidige, eeuwige pulserende vredeslicht van de stilheid en openheid die we Zijn en delen met God niet hebben willen accepteren.

Zodra het egoscript ons de wens opdringt om iets anders te moeten zijn dan gewoon simpelweg nu-zijn, zijn we het labyrint van het ego ingelopen.
De vraag is, hoe kan ik toch leren de dingen anders te zien ondanks dat het egoscript me een heel privé-denken probeert te dicteren en dit uitspeelt en projecteert op anderen?

Wat kan ik als pop jan, als zogenaamde persoon in de droom nu doen of laten om de poppenspeler (de oorzaak die de ‘persoonlijke wil’ van mijn kleine ‘ik’ dicteert) te genezen?

Hiervoor zullen we vastbesloten moeten zijn dit geheel van waarnemingen anders te willen zien. We zullen moeten leren ons over te geven aan de hulp van de innerlijke Heilige Gids. Alleen dat kan onze ene stille DG genezen en zijn delen met Gods Wil weer laten zien en ervaren.

We kunnen hulp vragen om in plaats van ego-bevrediging (tot de dood erop volgt) te willen blijven zien, open te staan van uit een ander standpunt op een andere manier te leren kijken. Een die onze denkgeest laat bevestigen dat alleen Gods Wil en zijn Denkgeest allesomvattend is. Die laat zien dat dát ons eigenste eigen is, de liefde die zich in, achter en door iedereen heen bevindt en zichzelf kennend uitbreidt.

T18.VI. Aan het lichaam voorbij.1. Er is niets buiten jou. 2Dat is wat je uiteindelijk dient te leren, omdat dit het inzicht is dat jij het Koninkrijk der Hemelen herkregen hebt. 3Want alleen dit heeft God geschapen, en Hij is er niet van weggegaan, noch heeft Hij het afgesneden van Hemzelf achtergelaten. 4Het Koninkrijk der Hemelen is de woonplaats van Gods Zoon, die zijn Vader niet heeft verlaten, noch van Hem afgezonderd woont. 5De Hemel is geen plaats, en evenmin een toestand. 6Het is louter een gewaarzijn van volmaakte Eenheid, en het weten dat er niets anders is; niets buiten deze Eenheid, en niets anders daarbinnen.

Onderzoek, en vraag de HG zogenaamd steeds opnieuw om nu onze denkgeest te genezen van een lichaam zijn dromen maken en geloven. Vraag om het wonder in te mogen zien dat we zelf de oorzaak van onze schuldgevoelens, angst, boosheid en dood uit een ogenschijnlijk verleden zijn en we dit zelf met onware verbeelden gedachten zijn gaan projecteren.

Zolang we nog vanuit pop jan kijken en hierin geloven kunnen we niet anders gaan zien.
Vanuit het poppenscript worden we eigenlijk standaard gedicteerd om de dingen van het verleden te blijven zien zoals we ze altijd lijken te hebben gezien. Dit geloof in een persoonlijk verleden maakt dat we overtuigd zijn van ons eigen gelijk, inclusief schuld en pijn dat anderen mij hebben aangedaan of dat ik anderen heb aangedaan. Geluk is op deze wijze uitgesloten.
Leer kijken met de rede (HG) en ontdek zelf dat het nodig is om éérst de oorzaak van onze zogenaamde privé-gedachten te doorzien, alvorens je werkelijk kunt besluiten anders te willen kijken. Vraag of je bewust mag worden van de keuze tussen het wonen in Gods stilheid, of het ego-gedachtenspel dat zoekt en niet zal vinden.

T11.II.7. Wil je gijzelaar van het ego of gastheer voor God zijn?

Realisatie komt wanneer het wonder door ons ontvangen wordt. Wanneer we aan de hand van de rede de bron van onware gedachten en zelfmisleiding anders leren zien en we deze met behulp van de HG ongedaan laten maken. Zo kunnen we voorbij alle waarnemingen die ‘van ons’ lijken te zijn het woordloze Zijn weer ervaren als één universele ervaring.

T18.VI.3. Denkgeesten zijn met elkaar verbonden, lichamen niet. 2Alleen door aan de denkgeest de eigenschappen van het lichaam toe te schrijven lijkt afgescheidenheid inderdaad mogelijk. 3En de denkgeest lijkt nu gefragmenteerd, afgezonderd en alleen te zijn. 4Zijn schuld, die hem gescheiden houdt, wordt op het lichaam geprojecteerd, dat lijdt en sterft omdat het wordt aangevallen om zo de afgescheidenheid in de denkgeest vast te houden en hem zijn Identiteit niet te laten kennen. 5De denkgeest kan niet aanvallen, maar hij kan wel fantasieën maken en het lichaam gelasten die uit te spelen. 6Toch is het nooit wat het lichaam doet dat voldoening lijkt te geven. 7Als de denkgeest niet gelooft dat het lichaam in feite zijn fantasieën aan het uitspelen is, zal hij het lichaam aanvallen door de projectie van zijn schuld erop te doen toenemen.

Alleen wanneer we doorzien dat we zelf de oorzaak van dit gedroomde poppendrama in onszelf zijn, kunnen we lachend ‘nee’ zeggen tegen de leugens van het ego. Hoewel het spel dan nog door lijkt te blijven gaan, en we nog steeds kwaadheid kunnen voelen die lijkt te komen doordat iets of iemand anders ons wat heeft aangedaan, hoeven we hier niet meer werkelijk in te geloven. Het enige dat werkelijk is, is onze vastbeslotenheid om onszelf als oorzaak terug te vinden en de ogenschijnlijke afscheiding te doorzien. Zo kunnen we vergeven (zien dat dit alles niet waar is, de afscheiding is nooit echt gebeurd), en de onschuld van zowel de poppenspeler als alle poppen weer ervaren.

Iedereen loopt hier onbewust rond met door de poppenspeler gedicteerde angst- en schuldgevoelens. De oorzaak hiervan is het geloof in de ogenschijnlijke afscheiding, het geloof in een wereld van lichamen, waarin we onze ‘persoonlijke’ verlangens proberen te bevredigen in plaats te accepteren dat we onszelf hiermee misleiden en werkelijk geluk met God als zijn gevolg bewust uitgesloten hebben om zelf voor god te willen spelen. We kunnen echter ook besluiten ‘anders’ te willen kijken en onszelf als dromenmaker laten genezen. ‘Ik ben vastbesloten de dingen anders te zien’ houdt dus in dat er een correctie kan gaan plaatsvinden in de DG, zodat de oorzaak van alle onheil en rampspoed doorzien wordt. Alleen daar, alleen dat is de plek waar genezing en het geluk hervonden kan worden, ondanks dat de dualistrijd beelden en tegenstellingen in de droom door lijken te blijven gaan.

Les 284. Ik (als droommaker Zoon van God weer aanvaarden te zijn) kan kiezen (dus niet als pop jan) alle gedachten die pijn doen te veranderen. Verlies (van pop jan) is geen verlies wanneer het goed (van uit ZvG) wordt bezien. Pijn is onmogelijk (als wij Zoon van God te zijn weer aanvaarden). Er is geen enkel verdriet met enige (echte )oorzaak (als pop jan). En iedere vorm van lijden is niets dan een droom. Dit is de waarheid, die eerst alleen dient uitgesproken en dan veelvuldig herhaald, om vervolgens onder veel voorbehoud maar gedeeltelijk als waar te worden aanvaard. Om daarna steeds serieuzer te worden overwogen en uiteindelijk als de waarheid aangenomen.
Ik (als droommaker weer aanvaardt Zoon van God te zijn) kan kiezen alle gedachten die pijn doen (door de HG) te veranderen. En vandaag wil ik voorbij deze woorden gaan en alle voorbehouden achter me laten, om tot volledige aanvaarding te komen van de waarheid daarin. Vader, wat U gegeven hebt (aan ons als je Zoon) kan geen pijn doen, dus verdriet en pijn (in een droom gezien) moeten wel onmogelijk zijn. Laat me vandaag niet nalaten U te vertrouwen, en alleen het vreugdevolle aanvaarden als Uw gaven, alleen het vreugdevolle aanvaarden als de waarheid.

Met het besluit de dingen anders te willen zien kiezen we dus niet meer voor pop jan versus anderen in het slagveld, maar aanvaarden we dat we de rust van de stille vormloze getuigenheid, de onschuldige Zoon van God, in onze ene denkgeest weer willen hervinden.
We kunnen hulp vragen om te (willen leren) begrijpen dat we de oorzaak van een wereld vol problemen steeds weer buiten onszelf leggen, en geloven dat het aan god en of andere poppen in de droom ligt in plaats van onszelf als droommaker, alias poppenspeler in de Denkgeest van de Zoon. Met hulp kunnen we dan vastbesloten zijn dit anders te gaan zien, de dromende denkgeest door HG laten genezen en de door genade in ons wakker gemaakte heden-zijn stem weer mogen en blijven horen. Pas na deze hulpvraag zal geleidelijk zichtbaar worden hoe de innerlijke stilheid stem van God aan ons hergeven en ontvangen werd.
Op een vraag of we na het doodgaan God pas zien antwoordde Wolter ooit het volgende; ‘‘Ja, doodgaan kan niet, want we leven nu al in de dood (het verleden). Daarom moeten we de illusie geloven eerst laten sterven om het eeuwige al-tijd in God zijn te herleven’’.

T18.VI.1. Er is niets buiten jou. 2Dat is wat je uiteindelijk dient te leren, omdat dit het inzicht is dat jij het Koninkrijk der Hemelen herkregen hebt. 3Want alleen dit heeft God geschapen, en Hij is er niet van weggegaan, noch heeft Hij het afgesneden van Hemzelf achtergelaten. 4Het Koninkrijk der Hemelen is de woonplaats van Gods Zoon, die zijn Vader niet heeft verlaten, noch van Hem afgezonderd woont. 5De Hemel is geen plaats, en evenmin een toestand.
6Het is louter een gewaarzijn van volmaakte Eenheid, en het weten dat er niets anders is; niets buiten deze Eenheid, en niets anders daarbinnen. 2. Wat zou God anders kunnen geven dan kennis van Zichzelf? 2Wat kan er anders gegeven worden? 3De overtuiging dat je iets anders kon geven of krijgen, iets buiten jezelf, heeft jou het gewaarzijn gekost van de Hemel en van jouw Identiteit. 4En je hebt iets vreemders gedaan dan je nu beseft. 5Je hebt je schuld verschoven van je denkgeest(de poppenspeler) naar je (poppen) lichaam. 6Maar een (poppen) lichaam kan niet schuldig zijn, want het kan uit zichzelf niets doen. 7Jij (als poppenspeler) die je (poppen)lichaam denkt te haten, misleidt jezelf. 8Je haat je denkgeest, want er is schuld in doorgedrongen, en hij wil afgescheiden blijven van de denkgeest van je broeder, wat hij niet kan. 3. Denkgeesten zijn met elkaar verbonden, lichamen niet.

De poppenspeler, de schrijver van de droom in onze DG (kennendheid van gedachten) heeft slechts figuurlijk zelfmoord gepleegd door zichzelf te verdromen in een ogenschijnlijk afgescheiden pop in het poppenspel. Het inzicht van de verzoening is deze waan dat we een lichaam zouden zijn ander te gaan zien, en te realiseren dat we de poppenspeler zijn, nog altijd heel, als DG. Dit inzicht doen of maken we niet als pop, we laten de verzoening tot ons komen via de HG, welke in mijn geval Wolter was.
Als zoekbaar heb je dus meestal een schijnbaar iemand in een lichaam nodig die weet en al leeft in God, om je te helpen anders te leren zien en de werkelijkheid van het nu-al-thuis-zijn te kunnen aanvaarden en te ervaren.

T3.V.6; Het gebed om vergeving is niets anders dan een verzoek (weer) te mogen inzien wat je (NU) al hebt. Jij hebt de kennis verloren dat jij zelf (NU al) een wonder van God bent.

De rede zal ons tot het inzicht brengen dat we niet als pop jan, maar als Zoon van God onszelf misleid en pijndromen hebben aangedaan. Geleidelijk komt het bewustzijn tot ons dat we als stille vormloze getuigenheid onszelf zijn en echt ervarend doorzien dat er geen verleden nog dood bestaat.
Mijn volgende vraag aan Wolter was; Ook als ik aanvaard dat ik al DG ben onderga ik toch nog wel een transformatie wanneer niet Ik maar jan doodgaat?
‘‘Wie is dan getuige van die transformatie? Wie blijft er over om God te zien?’’ was zijn antwoord.
Anders gesteld zou de vraag kunnen zijn; heeft men zichzelf al eens als dood of als liefde gekend? Want hoe zou je überhaupt iets kunnen zoeken wat je niet eerst al ooit kende en is het Ik als die getuigenheid iets anders dan het Zelf waarvan je zegt dat je het Zelf hebt gekend?

De bereidheid en het verlangen om Nu weer het delen met God in onszelf te willen zien moet vanbinnen komen of is er al geweest. Extra vragen kan echter geen kwaad. God weet dat we al veilig in Hem zijn, hoe heftig we ook aan het dromen zijn. De bal ligt dus zogezegd bij ons, om onszelf te willen laten genezen van huwelijksbed koorts dromen en zo weer ons vormloze Zelf te kunnen gaan herkennen, delen en uitbreiden.

(voorwoord) De visie van Christus is de gave van de Heilige Geest, ze is Gods alternatief voor de illusie van afscheiding en het geloof in de werkelijkheid van zonde, angst en dood. Ze (de HG alias onze ene kennendheid vrij van dromen maken en geloven) is de ene correctie voor alle fouten in de waarneming, de vereniging van de schijnbare tegenstellingen waarop deze wereld is gebaseerd. Haar milde licht (deze ene kennendheid in ons alle) laat alles vanuit een ander gezichtspunt zien, het weerspiegelt het denksysteem dat uit kennis voortkomt en maakt de terugkeer tot God niet alleen mogelijk, maar onvermijdelijk. Wat (van uit pop jan) gezien werd als onrecht dat iemand door een ander werd aangedaan, wordt nu (inzien dat we één Heiligheid één kennendheid delen) een roep om hulp en eenheid.
Zonde, ziekte en aanval worden als onjuiste waarnemingen gezien die roepen om een remedie door middel van vriendelijkheid en liefde (delen van een gezamenlijke kennendheid). Verdedigingsmechanismen worden afgelegd, want waar er geen aanval is (als één onveranderlijke delende gewaarzijn), is er geen behoefte aan. De behoeften van onze broeders worden de onze, omdat zij (als één kennendheid) samen met ons (als kennendheid) de reis ondernemen op weg naar (de ene Kennendheid van) God. Zonder ons (weten dat we één DG delen) zouden zij de weg kwijtraken. Zonder hen (als één met onze DG te weten) zouden wij de onze (ene kennendheid delen met heel het Zoonschap samen met God) nooit kunnen (her) vinden.
2. Begin de oefenperioden met het idee voor jezelf te herhalen. 2Sluit dan je ogen en onderzoek je denkgeest zorgvuldig op voorbije, huidige of verwachte situaties die je kwaad maken. 3De kwaadheid kan iedere vorm van reactie aannemen, variërend van lichte irritatie tot razernij aan toe. 4De hevigheidsgraad van de emotie die je ervaart doet niet ter zake. 5Je zult je er steeds meer van bewust worden dat een lichte krimp van ergernis niets anders is dan een sluier over intense woede.

We blijven herhalen, om de oorzaak van de woede, angst en schuld van ons ego en zijn dualistrijd te kunnen herkennen moet je bewust een stap terug willen maken en bereidzijn de dingen totaal 180 graden anders te willen leren zien. Terug naar het innerlijke stabiele kennen-zijn van het ego, vanuit waar we de verleden dualistrijd verhalen die het ego ons probeert aan te praten kunnen leren doorzien.
Telkens wanneer we ons kwaad, ongelukkig, gestrest, angstig, bedroefd, depressief of schuldig voelen, betekent het dat we aandacht geven aan het verleden verhaal een ego pop gevolg zijn en niet via de hulp van HG te willen zien dat de maker de poppenspeler in ons de echte oorzaak is. Als we gedisciplineerd leren HG logica idee te beoefenen de poppenspeler en niet een pop versus anderen poppen te zijn en vanuit dat beeld onze denkgeest te blijven onderzoeken “op de verleidingen van het ego” (T4.IV.6:1) dan keren we die persoonlijke aandacht 180 graden om naar ons onpersoonlijk stille gewaarzijn. Dan weten wij nooit als lichaam maar alleen als tijd en vormloze DG en zo onze scriptschrijver bij elk ego-gevoel direct herkent en blijft weten dat dit hele verhaal wat hij maakt niet waar is, de ware vergeving is en daarmee ziet dat maker en al de poppen onschuldig zijn. De keuze om naar ‘binnen in plaats van buiten’ te leren kijken om ons zelf als onveranderlijke poppenspeler, DG en als Zoon van God weer te herkennen en willen blijven erkennen, bepaalt dat er geen buiten noch binnen bestaat in onze ene DG en hoe wij de ‘pop’ en zijn dualistrijd versus anderen poppen en hun werelden van uit dat rede stilheid standpunt anders zien.

Als ons zoeken op het lichaam gericht is dan voed je het met anderen lichamen zijn denken van het ego dualistrijd script en zijn er altijd bakken vol verleden toekomst problemen, is het gericht naar binnen, op HG in je eigenste denkgeest, dan zie je van daaruit vredig en rustig hoe je lekkerheid delen door je eigenste maker van de droom beïnvloedt lijkt te worden slechts een droom is en nooit echt gebeurd is. Het is alleen de onpersoonlijke denkgeest zelf die ervoor kiest Gods vrijheid te hervinden nooit een slimme pop jan ofwel om – met hulp vragen – te leren kijken naar de poppenspeler in ons en zo moeiteloos de poppenstrijd droom leert los laten en geen geloof waarde meer te geven, zonder dat het weg hoeft, want anders maak je het toch nog echt. De angst zegt veelal het is te saai om naar binnen te kijken naar onze stille vormloze DG weet dan dit is het verzet van dat deel in onze denkgeest waar de poppenspeler droomkracht projectie wens huist en zie zelf dat die wil door gaan met het maken van geile surrogaat fantasie huwelijksbed pijn en dood gaan dromen, ook al heb je besloten die te willen stoppen met hulp van de Heilige Geest. Het is belangrijk dat vastbesloten de oorzaak van deze droom te zien niet zegt dat de droom weg gaat of moet maar slechts steeds nu schijnbare opnieuw de dubbelheid doorzien moet worden als niet echt.

T18.VI.6. Het is waanzin het lichaam als zondebok voor schuld te gebruiken, omdat jij (als poppenspeler ZvG) zijn aanval leidt, en het de schuld geeft van wat jij wenste dat het deed. [] 6Hoe heeft dit jou gediend? 7Jij hebt je vereenzelvigd met dit ding dat je haat, het werktuig voor wraak en de vermeende bron van je schuld. 8Je hebt dit met een ding gedaan dat geen betekenis heeft, hebt het tot woonplaats van Gods Zoon uitgeroepen, en het tegen hem gekeerd.

De poppenspeler dicteert ons als ogenschijnlijke poppen in de droom om te geloven dat de oorzaak van de dualistrijd bij de ander, bij onszelf als pop, of zelfs bij God ligt. Geen van deze aannames is correct. Noch de ander, nog jij als pop, noch God is ‘schuldig’ aan het veroorzaken van kanker, echtscheidingen, ongelukken en sterfelijkheid.
Toch val je uit kwaadheid de ander aan, in plaats van deze droom los te leren laten. Daarom is het nodig om de opdracht in deze les te blijven herhalen en niet te kijken naar wat de dualistrijd waarnemingen tussen jan en katrijntje weergeven.
Het gaat erom vanuit welk standpunt we naar deze waarnemingen kijken. Vanuit het lichaam, of als denkgeest? Door vastbesloten te zijn met hulp van HG vanuit de DG te willen kijken kan de verschuiving vanzelf plotseling het stille wonder brengen.

T3.V. 5. Kennis (kennendheid alias de Geest) staat (door zijn allesomvattendheid) niet open voor interpretatie (dus er over kunnen oordelen zoals we doen met lichamen en hun waarnemingen). 2Je kunt weliswaar proberen betekenis te ‘interpreteren (te labelen met verleden gedachten)’, maar dat is steeds aan vergissingen onderhevig omdat het betrekking heeft op de waarneming van betekenis (en niet op het onveranderlijke vorm en tijdloze kennen zijn van waarnemingen).
3Zulke ongerijmdheden zijn het gevolg van pogingen jezelf tegelijk als afgescheiden en als niet afgescheiden te beschouwen. 4Het is onmogelijk zoʹn fundamentele verwarring aan den dag te leggen zonder je algehele verwarring nog te vergroten. [] 6Vernuftigheid (slimheid en intellect zijn ego gedachten en) staat volkomen los van kennis (hun kennendheid), omdat kennis (onpersoonlijk kennen dat zichzelf kent) geen vernuftigheid vereist. 7Vernuftig (slim en intelligent) denken is niet de waarheid die jou vrij zal maken, maar je bent wel vrij van de noodzaak je ermee in te laten wanneer je bereid bent het (doeierschap en zijn de ego gedachten, slimheid en intellect) te laten varen.

Voordat ik met de Cursus in aanraking kwam gebruikte ik het verhaal van de Odyssee, waarin de geitenhoeder de droomkracht van de poppenspeler uitbeeldt, als ingang om met zoekers te kunnen delen dat we deze hele droom zelf zijn gaan maken. Mijn leermeester had me (in 1983) gewaarschuwd dat het gevaarlijk zou zijn om zomaar te gaan vertellen dat we zelf deze droom maken, niet God. Je zou alle religies over je heen kunnen krijgen, doordat geen enkele openstaat voor het idee dat hun eigen aanvals-gedachten en kracht is die gevaarlijk zouden kunnen zijn voor lichamen. Hij leerde mij dat het dus belangrijk is te wachten tot een rijp iemand je kwam benaderen met die vraag. Deze weerstand deed zich echter niet voor wanneer ik het aan de hand van Odysseus illustreerde daar die geen religieuze achterban heeft die je de heilige oorlog verklaart.

LES 91.7. Als je niet een lichaam bent, wat ben jij dan? 2Je moet je bewust zijn van wat de Heilige Geest aanwendt om in jouw denkgeest het beeld van een lichaam te vervangen. 3Je moet iets (veiligst dat onveranderlijk liefde is en kent in je)voelen waarin jij je vertrouwen kunt stellen op het moment dat je dat(jouw denkgeest) weghaalt van het lichaam. 4Je hebt een echte ervaring van iets anders nodig, iets stevigers en zekerders, meer je vertrouwen waard en werkelijk aanwezig.

Met de hulp van Athene (HG) leerde Odysseus zijn onpersoonlijke aandacht (het projectielicht van onze ene denkgeest) op het eeuwige nu-al-thuis-zijn (het filmdoek) te houden. Net zolang tot de hele dualistrijd en het idee van afgescheidenheid doorzien werd als niet waar, nooit gebeurd.

T18.V.1. Bereid je nu voor op het ongedaan maken van wat nooit is geweest. [] 2. Nader nooit het heilig ogenblik (ons eeuwige louter nu zijn) nadat jij (als pop persoonlijk) geprobeerd hebt alle angst en haat uit je denkgeest te verwijderen. 2Dat is (HG) zijn functie. 3Probeer nooit (persoonlijk als pop) aan je schuld voorbij te zien voordat jij de hulp van de Heilige Geest hebt gevraagd. 4Dat is Zijn functie. 5Jouw aandeel bestaat er enkel in Hem een beetje bereidwilligheid te schenken om Hem alle angst en haat (uit je dg) te laten wegnemen, en te worden vergeven (van wat nooit heeft plaats gevonden) .

Toen het Odysseus duidelijk mocht worden dat een geen buiten, noch binnen bestaat, aangezien alle waarnemingen slechts fantasie gedachten projecties zijn die verschijnen aan onze ene kennendheid als denkgeest dat tijd noch vorm kent, leerde hij zich al oefenend verankeren in het stille nu-zijn om de wezenlijke lekkerheid hiervan steeds weer nu te ervaren.

T6.V.A. Wil je hebben, geef alles aan allen.1. Wanneer je lichaam, je ego en je dromen verdwenen zijn, zul je weten dat jij eeuwig duurt.[] 3Alles wordt door het leven bereikt, en leven is van de denkgeest en in de denkgeest. 4Het lichaam leeft noch sterft, omdat het jou niet bevatten kan, jij die leven bent. 5Als we dezelfde denkgeest delen kun jij de dood overwinnen, omdat ik dat deed. []2. God heeft het lichaam niet gemaakt, want het is vernietigbaar, en daarom niet iets van het Koninkrijk. 2Het lichaam is het symbool van wat jij denkt te zijn. 3Het is onmiskenbaar eenafscheidingsmiddel, en bestaat daarom niet. 4Zoals altijd neemt de Heilige Geest wat jij gemaakt hebt en zet het om in een leermiddel.[] 6Als de denkgeest wel het lichaam maar het lichaam niet de denkgeest kan genezen, moet de denkgeest wel sterker zijn dan hetlichaam. 7Ieder wonder toont dit aan.

Waar het dus elke seconde om gaat is dat stille onveranderlijke getuigen-zijn ervaren te gebruiken om de langskomende verleden- en toekomst verhalen te doorzien. We kijken er als DG naar, niet vanuit een lichaam. Wat we Zijn is vrij van lichamen kortom alle waarnemingen die voorbij komen.

T14.III. 4. Elke dag, elk uur en elke minuut, ja zelfs elke seconde, kies je tussen de kruisiging (het verleden) en de opstanding (het eeuwige nu), tussen het ego en de Heilige Geest. 2Het ego is de keuze voor schuld, de Heilige Geest de keuze voor schuldeloosheid. 3De macht om te beslissen is het enige wat jij hebt. [] 6Je bent schuldig of schuldeloos, gebonden of vrij, ongelukkig of gelukkig.

Odysseus weigerde om hulp te vragen en wilde tot het einde toe alles persoonlijk ‘zelf’ doen omdat hij als verborgen agenda geluk in het huwelijksbed wilde maar dan zonder problemen. Daardoor duurde zijn reis ogenschijnlijk lang en maakte hij een grote omweg. We kunnen dit als waarschuwing zien, dat zelfs wanneer de poppenspeler ontdaan is van zijn droomkracht en zichzelf weer heeft herkent als al-thuis bij zijn Vader, het nog niet betekent dat de gewoonte van het geloof in een verleden-verhaal meteen is afgelopen.
Het ego is erop getraind om met de dualistrijd stem van de inmiddels ontmaskerde poppenspeler odysseus alsnog weer in een lichaam met een verleden toekomst script te laten geloven. Zo lijkt hij het idee van al thuis te zijn te verliezen en weer terug te vallen in een wereld vol vijanden buiten hem die verslagen moeten worden om zijn vrouw weer terug te krijgen. Opnieuw de aanval en verdediging in.

Het laat ook zien dat de jantjes en katrijntjes in ons gewoon door blijven kletsen, zelfs wanneer we het stille suizen van de projector als leidraad bij ons weten. Ze zullen nog steeds hun best doen om je het gevoel van thuis te zijn af te nemen. We moeten die schijnbare dubbelheid niet onderschatten, maar we hoeven er ook niet bang voor te zijn. Wees met die stille nu zijn anker in de aandacht gewoon vastbesloten om alle capriolen en griezel-scenario’s van het ego, de poppenspeler in onszelf te willen doorzien als niet waar en niet werkelijk gebeurd.

.les 250.4.Het lichaam is het instrument dat de denkgeest gemaakt heeft in zijn pogingen zichzelf te misleiden.{}

We hebben iedere seconde ‘Nu’ de keuze om alle dualistrijd van het ego-deel in ons anders te willen zien. In plaats van dit zelf te proberen anders kiezen we toch weer voor het huwelijksbed, zoals odysseus, vragen wij wel hulp aan de Heilige Geest. Dit is niets anders dan gewoon onze eigen kennendheid (geest), door God gegeven, dat nog weet hoe de natuurlijke staat is vóór het idee van afgescheidenheid begon.
We leren de aandacht op ons ene Zelf gericht te houden, we verankeren ons daarmee in de schuldeloosheid en zien deze achter alles en iedereen.
Ook het bestuderen of het je eigen maken van een gebed zoals deze zou je kunnen helpen;

“Dit hoeft niet zo te zijn” (T4.IV.1-8) God is liefde geen angst.

Welke keuze je ‘Nu’ hebt gemaakt wordt duidelijk in onze dagelijkse houding, onze gevoelens en ons gedrag tijdens schijnbare interacties die we als filmfiguren lijken te hebben. Nogmaals, het gaat hier niet om schuld, ook niet wanneer we de film door de ogen en oordelen van het ego bekijken. We zijn dan simpelweg opnieuw in de gelegenheid om ‘Nu’ anders te kijken naar waarvan uit we zelf naar dat nu zijn kijken. Dit brengt de macht weer terug bij de ene vorm- en tijdloze denkgeest die we gemeenschappelijk zijn. Vanuit die rust zijn kiezen we nu vastbesloten voor dat lekkere vredige zijn en kunnen we Gods liefde weer zien, ervaren en uitbreiden.

Les 67.3. 2. Tijdens de lange oefenperiode zullen we nadenken over jouw werkelijkheid en haar volkomen onveranderde en onveranderlijke aard. {}2AIs liefde jou schiep als zichzelf, moet dit (liefde zijn) Zelf (nu nog steeds) in jou zijn. 3En ergens in je denkgeest ligt Het (liefelijke zijn delen met God) op jou te wachten.

We zullen steeds geconfronteerd blijven worden met de gedicteerde leugens die we onszelf als poppenspeler met onze droomkracht voorschotelen. Alleen wanneer we vastbesloten zijn en ervoor kiezen deze droom dubbelheid anders te willen zien kan de onpersoonlijke liefdes-aandacht de verzoening komen brengen. We ervaren dan het wonder van het simpele, vormloze eigenste nu-zijn in onze DG. In deze eeuwige tegenwoordigheid die zich richt op Gods Wil in onze DG aandacht te geven hoeven we niet meer verward te raken door de ogenschijnlijke gebeurtenissen in de poppendroom.

Voorwoord tekstboek; De wereld der waarneming daarentegen is de wereld van tijd, van verandering, van begin en einde. Ze is op interpretatie en niet op feiten gebaseerd. Het is de wereld van geboorte en dood, gegrondvest op het geloof in schaarste, verlies, afscheiding en dood. Ze werd aangeleerd in plaats van gegeven, ze is selectief en fragmentarisch in haar waarneming, instabiel in haar functioneren en onnauwkeurig in haar interpretaties.
Wanneer je gevangen bent in de wereld der waarneming ben je in een droom gevangen. Zonder hulp kun je niet ontsnappen, want alles wat je zintuigen je tonen getuigt slechts van de werkelijkheid van de droom. God heeft het Antwoord, de enige Uitweg, de ware Helper verschaft. Het is de functie van Zijn Stem, Zijn Heilige Geest om te middelen tussen de twee werelden. Hij kan dat, omdat Hij aan de ene kant de waarheid kent en aan de andere kant ook onze illusies herkent, maar zonder daar in te geloven. Het is het doel van de Heilige Geest ons te helpen ontsnappen uit de droomwereld door ons te leren ons denken om te keren en onze vergissingen af te leren. Vergeving (dualiteit bestaat niet) is het grote leermiddel dat de Heilige Geest gebruikt om deze omkeer tot stand te brengen.
3. Probeer daarom tijdens de oefenperioden de ‘kleine’ gedachten van kwaadheid niet aan je aandacht te laten ontsnappen. 2Onthoud dat je niet werkelijk inziet wat jou kwaad maakt en dat niets wat je in dit verband gelooft, enige betekenis heeft. 3Je zult waarschijnlijk geneigd zijn langer bij sommige situaties of personen te blijven stilstaan dan bij andere, om de drogreden dat ze meer’ evident’ zijn. 4Dit is niet zo. 5Het is alleen een voorbeeld van de overtuiging dat sommige vormen van aanval meer gerechtvaardigd zijn dan andere.

De grondregel van het ego is dat we in deze huwelijksbed-droom iets van anderen krijgen waarmee onze behoefte vervuld wordt en we een beetje geluk kunnen scoren. Dit noemen we dan liefde, maar is eigenlijk ruilhandel. Wanneer we dit niet krijgen of een ander in de droom het ons af lijkt te nemen, worden we boos en geven we de ander de schuld.

Het is echter niet een persoonlijk verlangen of persoonlijke boosheid van jan of katrijntje. Dit alles wordt door de poppenspeler, die we zelf in onze denkgeest hebben aangesteld, gedicteerd. De regisseur en maker van de droom kent duizenden variaties van dit verhaal om schuld, pijn, boosheid en dualistrijd teweeg te brengen, maar in feite komt het allemaal steeds op hetzelfde neer. Wees bereid dit te willen zien, en weet dat nu het moment is om anders te kiezen. Er is geen ander moment, alleen nu, om de aandacht weer te richten op de onbegrensde onpersoonlijke vragen loze liefde die we al zijn en deze weer te her-inneren. Die stille getuigenheid die krachtiger spreekt dan duizenden tongen laat de onschuld van jan, katrijntje en alle andere lichamen in de droom zien. Het vredige nu zijn bewust totale aandacht geven maakt moeiteloos vrij. Die helderheid in ons laat zien dat het verleden is niet waar, nooit gebeurd, de ware vergeving.

T3.II.5. Niets kan zegevieren over een Zoon van God die zijn geest in de Handen van zijn Vader beveelt. 2Door dit te doen ontwaakt de denkgeest uit zijn slaap en herinnert zich zijn Schepper. 3Alle gevoel van afgescheidenheid verdwijnt. 4De Zoon van God is een deel van de Heilige Drie-eenheid, maar de Drie-eenheid Zelf is één. 5Er is geen verwarring binnen de Niveaus hiervan, omdat Zij één van Denkgeest en Wil zijn. 6Dit enkelvoudige doel schept volmaakte integratie en brengt de vrede van God tot stand. 7Toch kan deze visie alleen door de waarlijk onschuldigen worden waargenomen. 8Omdat ze zuiver van hart zijn, verdedigen de onschuldigen ware waarneming, in plaats van zichzelf daartegen te verdedigen. 9Aangezien ze de les van de Verzoening begrijpen, zijn ze vrij van het verlangen aan te vallen, en daardoor zien ze waarheidsgetrouw.

Met de verzoening aanvaarden we dat God, HG en Zoonschap als één Kennendheid (het licht van het filmscherm in zijn totaliteit ervaren) de onze is en we op willen houden onze wil te zien. We zijn zoals God ons als klonen schiep en delen nu al vormloos, los van de ego film, los van de ego-gedachten die gedicteerd worden door de filmmaker en mij als pop jan in de film zo lang schuldig, bang en gevangen in een sterfelijk lichaam hield.
Vanuit het licht van de projector en het filmscherm bekeken blijken we allemaal totaal onschuldig. Deze moeiteloze onschuld kun je je weer leren herinneren, ook als het oorlog script door lijkt te gaan. We zijn en blijven die ene Kennendheid en kunnen daarmee de hele film doorzien als onware gedachten niet waar, nooit gebeurd. De drie toestanden (slapen, dromen, droomloze slaap) hebben allen ons ene licht nodig om gekend te kunnen worden. Ze bezitten geen eigen licht en zijn binnen ons allesomvattende gewaarzijn.
Door dit te blijven oefenen (het leren bidden) en te zien dat onze ene Kennendheid onbeïnvloedt is, blijft en zal zijn, leren we dat we zelf die gezamenlijke, gedeelde, ene Kennendheid Zijn.

T18VI.4;7Het lichaam werd niet door liefde gemaakt. 8Toch veroordeelt de liefde het niet en kan ze het liefdevol gebruiken, omdat ze respect heeft voor wat de Zoon van God heeft gemaakt en dit aanwendt om hem van illusies te verlossen. 5. Zou je niet willen dat de werktuigen van de afscheiding werden geherinterpreteerd als middel tot verlossing, en voor de doeleinden van de liefde gebruikt? 2Zou je de omslag van wraakfantasieën naar de bevrijding daarvan niet verwelkomen en ondersteunen? 3Jouw waarneming van het lichaam kan duidelijk ziek zijn, maar projecteer die niet op het lichaam. 4Want jouw wens om wat niet vernietigen kan vernietigend te maken, kan allerminst werkelijke gevolgen hebben. 5Wat God geschapen heeft, is alleen zoals Hij dat hebben wil, want het is Zijn Wil. 6Je kunt Zijn Wil niet vernietigend maken. 7Je kunt fantasieën maken waarin jouw wil in conflict is met de Zijne, maar dat is alles.

Net zoals de projector (Zoon) en het filmdoek (God) niets oploopt van al de ontelbare verschillende soorten kwaadheden in het huwelijksbed lichamen uitbreiden dualistrijd films die er tussen geprojecteerd leken te worden kan nu met rede worden ingezien dat geen van alle filmbeelden een eigen licht oorzaak bezitten. Zo kijkend kunnen we nu al moeiteloos het standpunt van vrijheid in nemen en aanvaarden we gaan voorbij aan alles wat als filmbeelden te zien is het ongedaan maken van films geloven.

Onze realisatie zichzelf verlicht eigenste filmscherm weer het hervinden als het bereiken van de verzoening en ons eigenste eigen zijn ‘nu voelend te wetend’ als louter Gods zijn Zijn delen en uitbreiden geneest elke vorm van angst, kwaadheid en geloof in dood.

4. Onderzoek je denkgeest op al de vormen waarin aanvalgedachten zich voordoen, en houd ze elk even in je aandacht vast, terwijl je jezelf zegt: 2Ik ben vastbesloten ______ [naam van de persoon] anders te zien. 3Ik ben vastbesloten ________ [duid de situatie nader aan] anders te zien.

De projector (Zoon) en het filmdoek (God) lopen zoals we eerder al zagen niets op van alle verschillende soorten kwaadheden die zich in de dualistrijd film af lijken te spelen en geprojecteerd worden. Nu kan met de rede ook worden ingezien dat geen van de filmbeelden een eigen licht, een eigen oorzaak bezitten. Moeiteloos kan het zo het standpunt van vrijheid worden ingenomen en kunnen we leren voorbij te gaan aan alles wat als pop jan versus anderen filmbeelden te zien is. Dat is het ongedaan maken van ons geloof in de werkelijkheid van heel de film, inclusief alle dualistrijd. Elke vorm van angst, schuld en kwaadheid kan genezen worden wanneer we op deze wijze ons eigen filmscherm, ons eigen licht-zijn weer weten te hervinden en leren te aanvaarden in elke schijnbare interactie die we volgen.

Tijdens het zelfonderzoek waar we vanuit het eeuwige nu-zijn naar het klaaglied van het ego (onze eigen jantjes) kijken, krijgen we voor het eerst inzicht op alle blinde vlekken en verschillende manieren van oorlog maken die we voorheen alleen bij anderen buiten ons leken te zien. Nu gaan we zien dat we zelf dezelfde jantjes hebben, dezelfde oordelende en veroordelende en dat we dezelfde ‘fouten’ lijken te maken waar we ons bij anderen aan stoorden of waar we andere ter correctie op wezen.

Met het vastbesloten en bereid te zijn dit hele verhaal en al die onderlinge relaties te doorzien als door onszelf als poppenspeler gemaakt, kunnen we ook de schuld weer wegnemen. We laten dit dwaze idee nu achter ons en leren in Gods vrede om er om te kunnen lachen.

T2.III. 4De vele lichaamsfantasieën waarmee de denkgeest zich inlaat ontstaan uit de verwrongen overtuiging dat het lichaam gebruikt kan worden als middel om ‘verzoening’ te bereiken.

We kunnen de weerstand van het ego leren accepteren als natuurlijk reactie van de droomkracht in onze DG. Ertegen vechten hoeft niet, simpelweg elk verhaal waarmee het ego komt doorzien als een leugen, een verleden-verhaal dat niet werkelijk nu gebeurd is volstaat. Hiermee passeren we de oorlog die het ego steeds via de poppen aan wil gaan.
Wees bereidwillig om te zien dat wij en alle anderen poppen in de droom het licht van het blanco filmscherm zijn en delen. Er is niet één goed en een ander slecht. We kunnen deze dualistrijd met alles er op en er aan leren aanschouwen en er verstild om lachen. Dat is ware vergeving.

T18.VI.2. Wat zou God anders kunnen geven dan kennis van Zichzelf? 2Wat kan er anders gegeven worden? 3De overtuiging dat je iets anders kon geven of krijgen, iets buiten jezelf, heeft jou het gewaarzijn gekost van de Hemel en van jouw Identiteit. 4En je hebt iets vreemders gedaan dan je nu beseft. 5Je hebt je schuld verschoven van je denkgeest naar je lichaam. 6Maar een lichaam kan niet schuldig zijn, want het kan uit zichzelf niets doen. 7Jij die je lichaam denkt te haten, misleidt jezelf. 8Je haat je denkgeest, want er is schuld in doorgedrongen, en hij wil afgescheiden blijven van de denkgeest van je broeder, wat hij niet kan.

Vroeger werd de was met de hand gedaan en sloeg men de kleding tegen een steen, niet om deze kapot te maken maar puur om het vuil te verwijderen. Zo moet ook de HG de verleden gedachten van het ego steeds weer ‘wegpoetsen’. Het zijn gedicteerde leugens die een afgescheiden dualistrijd film laten zien, maar in werkelijkheid zijn we nog altijd heel, in vrede, thuis. Probeer niet het Ene zichzelf verlichtende filmscherm te herstellen. Deze is nooit ‘kapot’ gegaan en komt vanzelf terug in zijn eeuwige nu wanneer we de onware vuile was van verleden gedachten niet meer geloven.
Het ego is niet iets wat je in één keer doorziet en dan totaal kwijt bent. Het is veel hardnekkiger en kwaadaardiger dan je ooit gedacht had. Het speelt al zijn troeven uit zodra we te dicht bij de eeuwige, moeiteloze waarheid komen.

T3.V. 3. Kennis (kennendheid zijn is geen activiteit) leidt niet tot handelen, zoals we al eerder hebben geconstateerd. 2De verwarring tussen de werkelijke schepping van jou en dat wat jij (als Zoon van God) van jezelf (als pop jan) gemaakt hebt is zo intens dat het letterlijk onmogelijk voor je (pop jan privé gedachten geloven als waar) is geworden ergens kennis van te hebben.
3Kennis (onze kennendheid in de ene DG) is altijd stabiel en het is overduidelijk dat jij (pop jan privé gedachten geloven als waar) dat niet bent. 4Niettemin ben je (als kennendheid in onze ene DG) volmaakt stabiel zoals God jou geschapen heeft. 5In die zin stem je, wanneer jouw (pop jan privé gedachten geloven als waar) gedrag onstabiel is, niet overeen met Gods idee van jouw schepping. 6Dat kun je doen (ego pijn wereld maken beeld in onze DG) als je dat verkiest, maar je zou dit beslist niet willen als jij (als kennendheid in onze ene DG) juist dacht.

De HG in onszelf wordt natuurlijk niet misleid door de leugens die de poppenspeler op pop Jan en Katrijntje projecteert en uitspeelt. Als poppen zelf lijken we echter op en neer te schommelen tussen het ware zien en het droombeeld waarin we ons gevangen voelen.
Uiteindelijk kunnen we met hulp van HG onze DG genezen, waarbij de droommaker en zijn droomgevolg in hun geheel weer gezien worden als deel van de film, niet waar en nooit gebeurd. Zo ook kan het onveranderlijke, zichzelf verlichtende filmscherm zichzelf weer gaan herkennen.

Nog steeds zal het ego ons proberen te misleiden door bijvoorbeeld hulp te vragen voor pop jan in de film en dat de keuzemaker in een lichaam woont in plaats van denkgeest. We willen de problemen van ons poppenlichaam opgelost zien, een gelukkige privé droom zien met beloningen en een bevredigend huwelijksbed. Wat er niet nu onveranderlijk is kan echter niet waar zijn. Vraag nu om dit te willen zien, er is geen ander moment in de eeuwigheid om dat nu te doen.

les 194.9. Alles is een les die God jou graag ziet leren. 2Hij wil niet dat een niet-vergevende gedachte ongecorrigeerd blijft en evenmin dat één doom of spijker Zijn heilige Zoon op enigerlei wijze bezeert. 3Hij wil zeker stellen dat zijn heilige rust ongestoord en sereen blijft, onbezorgd, in een eeuwig thuis dat voor hem zorgt. 4En Hij wil dat alle tranen worden afgewist, zonder dat er ook maar één te vergieten overblijft en op zijn vastgestelde tijd wacht om te vallen. 5Want God heeft gewild dat lachen elke traan vervangt en dat Zijn Zoon opnieuw vrij is.

In de Odyssee denkt Odysseus op eigen kracht thuis te kunnen komen. Hij ziet en aanvaard de hulp niet die hij krijgt, ervaart zichzelf als persoonlijk intellectueel en denkt op die manier begrepen te hebben waar het om gaat wat betreft het thuiskomen.
Wanneer je zelf in de waan verkeert een filmfiguur te zijn die op eigen kracht thuis kan komen (terug bij het projectiescherm), dan zit je onvermijdelijk vastgekluisterd als slaaf van de dualistrijd. Je zult door het script gelouterd worden tot er rijpheid is tot ware overgave aan de onpersoonlijke verzoening.
We zijn geen lichaam, maar zolang we dit nog geloven houden we onszelf gevangen. Als lichaam zullen we niet in staat zijn het ware stabiele zelf te ervaren. De lekkerheid is niet voor een filmfiguur te vinden. Het is de onpersoonlijke, vormloze, tijdloze, zichzelf verlichtende basis die je nu al bent.

T16.I.5 jij bent de leerling. Hij (Athene/HG/Cycloop) de leraar. Verwar jouw rol niet met de Zijn, want dat zal nooit iemand vrede brengen.

Net als wij wil Odysseus eigenlijk het liefst oplossen in zijn fantasie dromen over een gelukkig huwelijksbed en de verleden-toekomst verhalen die daarbij horen. Hij mag nog niet aanvaarden dat zijn schat in zijn eigen innerlijke onpersoonlijke nu-zijn te vinden is.
Het intellectuele inzicht wil niet direct betekenen dat je ook echt hebt gezien dat je nooit het onpersoonlijke eeuwige licht-zijn kunt doven en niet een lichaam bent.
Dat wat we zijn is objectloos aanwezig, zowel voor de geboorte als na de dood van het lichaam. Het licht doof je niet, ook niet wanneer je iemand letterlijk of figuurlijk lijkt aan te vallen, te doden of onderuit te halen. Het enige wat dooft is een lichaam in de film, maar het zichzelf verlichtende filmscherm blijft on-beïnvloedt aanwezig.

LES 91.7. Als je niet een lichaam bent, wat ben jij dan? 2Je moet je bewust zijn van wat de Heilige Geest aanwendt om in jouw denkgeest het beeld van een lichaam te vervangen. 3Je moet iets (veiligst dat onveranderlijk liefde is en kent in je)voelen waarin jij je vertrouwen kunt stellen op het moment dat je dat (jouw denkgeest) weghaalt van het lichaam. 4Je hebt een echte ervaring van iets anders nodig, iets stevigers en zekerders, meer je vertrouwen waard en werkelijk (als je eigenste stille vorm en tijdloze zichzelf kennendheid God delend nu) aanwezig (is).

Er zijn er maar weinig die Nu hulp vragen om de persoonlijke lichamelijke wil weg te laten halen en daarmee vastberaden zijn alle waarnemingen anders te willen leren zien. Leer vertrouwen op de hulp die je ten deel valt en verwijl in dat vertrouwen, verwijl in de vragen- loze werkzaamheid van de hulp die je ongezien krijgt.

T3.V. 8. Wat gebeurt er met waarnemingen als er geen oordelen zijn en er niets dan volmaakte gelijkheid is? 2Waarneming wordt onmogelijk. 3De waarheid kan slechts worden gekend. 4Alles aan haar is even waar, en een deel van haar kennen betekent haar helemaal kennen. 5Alleen waarneming houdt een gedeeltelijk bewustzijn in. 6Kennis overstijgt de wetten die de waarneming regeren, omdat gedeeltelijke kennis onmogelijk is. 7Ze is één geheel en heeft geen afzonderlijke delen. 8Jij die (als Zoon van God als kennendheid) er werkelijk één mee bent, hoeft jezelf (als vormloos actieloos kennendheid zijn) slechts te kennen en jouw (eigenste eigenheid) kennis is totaal. 9Gods wonder kennen (als onze eigenste eigenheid kennendheid zijn kennen) is Hem kennen.

Pas nadat hij zijn eigen ego-klaaglied kon zien was Odysseus in staat te realiseren dat hij zélf de maker van deze droom is en dat het hele pijn droomgebeuren niet echt bestaat. Op dat moment kan hij het idee doen oplossen dat er een werkelijke afscheiding is met schuldgevoelens en een autoriteitsprobleem omdat we onze vader, God de rug zouden hebben toegekeerd. Dit is niet waar, we kunnen hulp vragen aan Athene/HG om deze onware ideeën voor ons op te doen lossen. Odysseus maakte het zichzelf extra lastig omdat hij de hulp niet wilde ontvangen. Hij zag de hulp niet, hij zag alleen zijn privé-verlangen om toch stiekem weer de huwelijksbed droom in te willen gaan zo gauw de problemen daar in opgelost zouden zijn.

T4. III. 1.Het is moeilijk te begrijpen wat ‘Het Koninkrijk der Hemelen is in uʹ werkelijk betekent. 2Dit komt doordat het onbegrijpelijk is voor het ego, dat dit interpreteert alsof iets vanbuiten vanbinnen zit, en dat betekent helemaal niets. 3Het woord ‘in’ is overbodig. 4Het Koninkrijk der Hemelen ben jij. 5Wat heeft de Schepper behalve jou geschapen en wat is Zijn Koninkrijk behalve jij? 6Dit is de totale boodschap van de Verzoening, een boodschap die in haar totaliteit de som van haar delen overstijgt.

De hulp die we hebben gevraagd kan ons helpen om lachend de persoonlijke problemen, oordelen en verlangens te doorzien. Het klaaglied van het poppenlichaam zal voorbij blijven komen, maar vanuit het zichzelf kennende licht dat we zijn hoeven we er niet meer in te geloven en kunnen we deze filmbeelden leren passeren.
We hoeven dus niet meer in te gaan op alle aandacht-vragerij van het ego. Wat we onszelf ook maar wijs proberen te maken over de poppenlichamen, de zak van een buurman, de lieve buurvrouw of andere verleden verhalen over onszelf en zogenaamde anderen, het kan allemaal gepasseerd worden. Dit is de echte les om dingen ‘anders’ te willen gaan en weer geholpen te worden de natuurlijk lekkerheid van de staat van vóór het dromen maken in onszelf te hervinden.

T3.V. 4. De fundamentele vraag die jij jezelf voortdurend stelt kan strikt genomen helemaal niet tot jou worden gericht (omdat het geen waarneming is maar het kennen zelf). 2Je blijft je afvragen (met egogedachten dus waarnemingen) wat jij bent. 3Dit vooronderstelt dat het antwoord er niet alleen een is dat jij kent (omdat je het kennen zelf al bent), maar ook dat het aan jou is (wil ik het kennen zijn zelf weer zien of alleen de waarnemingen die er door gekend worden) dat te verschaffen.
4Toch kun jij jezelf (als kennendheid) niet juist waarnemen. 5Je hebt geen (film) beeld dat kan worden waargenomen. 6Het woord ‘beeld’ heeft altijd betrekking op waarneming en maakt geen deel uit van kennis (kennendheid). 7Beelden zijn symbolisch en staan voor iets anders. 8Het idee ‘je beeld, je imago veranderen’ onderkent de macht van de waarneming, maar het houdt tevens in dat er niets stabiels te kennen valt (omdat je zelf het kennen zijn van waarnemingen dissocieerde).
5. Probeer zo specifiek mogelijk te zijn. 2Zo kun je bijvoorbeeld je kwaadheid op een bepaalde eigenschap van een bepaald persoon concentreren, en geloven dat je kwaadheid tot dit aspect beperkt blijft. 3Als je waarneming lijdt aan dit soort vervorming, zeg dan:4Ik ben vastbesloten _________ [duid de eigenschap nader aan] in _________ [naam van de persoon] anders te zien.

Het wezenlijke willen ‘zien’ is nooit een houding van pop jan of zijn leermeesters. Zolang ik ook maar iets als waarneming buiten mij meen te zien accepteer ik dat ik een lichaam ben, in plaats van een simpele waarneming die zich in ons eigenste zelf als Kennendheid doet verschijnen.

Zolang ik het waanidee geloof dat ik een lichaam ben, zal ik kwetsbaar en manipuleerbaar zijn. De dualistrijd met schuld en angst zal doorgaan, inclusief de oorlogsverhalen over een al dan niet geslaagd huwelijksbed. Zie dat het onmogelijk is om op die manier, met onware gedachten, echte liefde uit te breiden. Het is belangrijk om de weerstand van het ego en zijn kwaadaardigheid van probleem waarnemingen te maken niet te onderschatten. Ga dus ook niet naast je schoenen lopen wanneer je theoretisch meent te snappen wat onpersoonlijke liefde-zijn is. De maker van de droom, de ego-denkgeest, de poppenspeler die we ontkennen en verdrongen hebben zal consequent blijven in zijn dualistrijd script en de aandacht die kant op proberen te sturen. Steeds opnieuw zullen er verhalen over een zogenaamd verleden of een toekomst vol met angst, schuld en pijn in beeld komen. Het drama van de droom blijft ogenschijnlijk doorgaan, maar met hulp kunnen we met God zijn stilte stem te leren horen dit hele idee lachend leren passeren.

HvL 12 .4; wat één is wordt als één herkend. 6De leraren van God schijnen de illusie van afscheiding te delen, maar gezien het doel waarvoor zij het lichaam gebruiken, geloven ze, ondanks de schijn van het tegendeel, niet in de illusie. [] 7Ze zien de droomfiguren komen en gaan, wisselen en veranderen, lijden en sterven. 8Maar ze worden niet misleid door wat ze zien.9Ze erkennen dat een droomfiguur als ziek en afgescheiden zien niet werkelijker is dan hem als gezond en mooi te beschouwen. 10Alleen de eenheid is geen ding uit dromen.

Nederig kunnen we met HG’s innerlijke, stille vredesstem de liefde van God uitbreiden, zonder deze persoonlijk te maken.

Wanneer we geleidelijk durven aanvaarden dat we zelf met onware gedachten het droom-drama zijn gaan maken, kunnen we zowel de maker van de droom als zijn gedroomde poppen in het script weer als onschuldig gaan zien. Het filmscherm blijft onaangetast, welk drama er zich ook op af lijkt te spelen. Vanuit dit standpunt brengt het wonder de omwenteling en kunnen we de werkelijke wereld aanschouwen. De werkelijke wereld is geen ‘andere’ wereld, het script gaat door maar we kijken er simpelweg anders naar en zien de onschuld, de aandoenlijkheid erin Als Zoon zijn we nog altijd thuis, de nachtmerrie die we dromen is niet waar. God kan niet in de droom van zijn Zoon komen, dit hoeft ook niet omdat hij ziet dat zijn Zoon veilig thuis is en alleen maar een enge nachtmerrie heeft. De dood en de zogenaamde zonden die we in het droomverhaal hebben begaan kunnen ‘Nu’ doorzien worden als nooit gebeurd.

T28.1. Het nu-geheugen. 1. Het wonder doet niets. (): het maakt (het verleden) ongedaan. 3En zo ruimt het de belemmeringen op ten opzichte van wat werd gedaan (in het verleden). 4Het voegt niets toe, maar neemt alleen (verleden pijn) weg. 5En wat het (qua verleden verhalen geloven) wegneemt is allang verdwenen, maar doordat het in herinnering is gehouden lijkt het (verleden gedachten geloven) directe gevolgen te hebben. ()8Het wonder laat slechts zien dat het verleden voorbij is, en wat werkelijk voorbij is heeft (NU) geen gevolgen meer. 9Het zich herinneren van een oorzaak (uit een verleden) kan alleen maar illusies van haar aanwezigheid voortbrengen, geen gevolgen. 2. Al de gevolgen van schuld (opgelopen in een verleden leugen verhaal) zijn hier (NU) niet langer aanwezig. () 3En met haar voorbijgaan verdwenen ook haar consequenties (in een nooit bestaande toekomst), achtergelaten zonder oorzaak.

De uitnodiging blijft hetzelfde; wees vastbesloten elke privé-gedachte van de hoofdrolspeler en andere poppen in de droom te doorzien vanuit het nieuwe onveranderlijke zijn standpunt. Kijk ernaar vanuit het innerlijk getuigen zijn, het zichzelf verlichtende filmscherm dat nooit aangetast of meegesleurd wordt in de droom. Dit zien, en het blanco liefde zijn en delen is de ware vergeving.

We kunnen aanvaarden dat elke interactie met andere poppen slechts een verhaal is dat we zelf zijn gaan maken als maker van de droom. Er is niets van waar, dus we hoeven er ook niet meer op in te gaan als werkelijk gebeurd, inclusief de schuld, angst, pijn en de privé- verlangens naar het vinden van geluk voor de gedroomde hoofdrolspeler. Werkelijk, blijvend geluk is niet in een droombeeld te vinden.

Het dagelijkse script kan pijn doen of zwaar lijken te zijn voor je kind, je partner en/of andere dierbaren. Uiteraard is het dan moeilijk niet kwaad of bang te worden en te plekken leren passeren als niet waar. Doen we echter een stapje terug en zien we ons wezenlijke filmscherm-zijn weer, dan zien we dat dit ook voor onze dierbaren geldt. Ook zij zijn al veilig thuis, alleen lijkt het in de droom alsof ze gevaar lopen, iets stoms hebben gedaan en dergelijke. Ook zij zijn hetzelfde filmscherm, blanco liefde, dit delen we, één onpersoonlijke liefde. We hoeven hen hier niet op te wijzen, we hoeven het slechts voor ons zelf en hen innerlijk te doorzien. Vraag om hulp om de ‘figuurlijke’ stap naar geen lichaam maar denkgeest zijn te mogen doen en vanuit rust, stilte en aanwezigheid de droom te mogen aanschouwen.

T28.1.13. Hoe ogenblikkelijk komt de Godsherinnering op in de denkgeest die geen angst kent waardoor die (egoscript) herinnering wordt geweerd! 2Zijn eigen (privé) herinnering is verdwenen. 3Er is geen verleden dat zijn angstaanjagend beeld in de weg blijft zetten van een blij ontwaken tot vrede in het nu. 4De bazuinen van de eeuwigheid (alias de stem van God het suizen dat zoemt ,gonst en bonst van stilheid bezingen) weerklinken door heel de stilheid, maar verstoren die niet. 5En wat nu herinnerd wordt is niet de angst, maar de Oorzaak waartoe de angst gemaakt werd om Die te doen vergeten en op te heffen. 6De stilheid spreekt in zachte klanken (al suizend, zoemend, gonzend en bonzend) van liefde die Gods Zoon zich herinnert van voordat zijn eigen (liefde zijn en delend uit te breiden) herinnering tussen het heden en het verleden schoof om ze uit te sluiten.

Deze les bereid je voor op het echte werk: om elke ding, elke dualistrijd gedachte anders te willen zien en te leren scannen op het persoonlijk gelijk willen hebben van de filmfiguur.
De overgave helpt ons om het blijvende onpersoonlijke geluk (van het zichzelf verlichtende filmscherm) weer te ontvangen en te aanvaarden, zonder er iets voor te hoeven doen of laten. De poppenspeler zal zijn persoonlijke geluk in het droom verhaal blijven nastreven, maar door dit steeds nu te herkennen en de leugen ervan nu in te zien hoeven we niet meer de grote omweg te nemen om thuis te komen waar we al die ‘tijd’ al waren.
Het wonder maakt ons vrij van de pijn, angst, kwaadheid en schuld van de poppenspeler en alle poppen. Maar ook vrij van zijn persoonlijke verlangens, zijn persoonlijke wil en de onmogelijke zoektocht naar blijvende vrede en geluk in de poppendroom.

T3.VI.11;8. (Vraag nu voor alles) Wilt eerst het Koninkrijk der Hemelen (weer terug ervaren), en je hebt gezegd; ‘ik weet wat ik ben (als Zoon van God) en ik aanvaard mijn eigen (liefde zijn) erfenis’

Mijn leermeester zei steeds maar weer dat het koninkrijk der hemelen slechts in de vormloze stille Kennendheid die we zijn te vinden is. Het gaat niet om de vrijheid van het vogeltje in de lucht (de hoofdrolspeler die we in de film lijken te zijn). Het gaat om de vrijheid van de licht zelf, God, de onvoorstelbare, oneindige liefde. Dat wat we delen en uitbreiden, voorafgaand, in en voorbij aan de drie toestanden (waaktoestand, droomtoestand, diepe slaap). De drie toestanden komen langs in ons, in het stille gewaarzijn dat we delen en moeiteloos alles kent. Vraag de HG in ons om het geloven een lichaam denken te zijn en het ego verleden toekomst geklets ongedaan te maken. Vraag om de dingen anders te willen zien en zo het louter één zijn, het liefde-zijn te delen en uit te breiden.

Belangrijke noot
Om de structuur in de tekst beter zichtbaar te maken zodat de betekenis van de inhoud misschien makkelijker begrepen kan worden
is de tekst verdeeld in met kleur gearceerde tekstblokken.

Turqoise: de tekst van de les
Geel: de teksten uit de cursus die extra aanvulling geven
Geen achtergrond kleur: toelichting van Jan en Gertrude


Klik hier om dit artikel in pdf formaat te downloaden.