Artikelenbronnen

Zonder hoofd en dan zonder armen en benen!

By 26 januari 2024 No Comments

Overgenomen uit ‘Advaita’, september 1984
Brontekst: uit ‘Yoga en Vedanta’, juni 1974

Douglas E. Harding

Zoals u zult hebben begrepen is bovenstaande titel door ons (blad Advaita) bedacht om het vervolg in te leiden op de vertaling van Douglas Harding’s “On living without a head”. Wat hier volgt is onze héél vrije samenvatting van wat we op de band hebben opgenomen tijdens het weekend met Douglas en zijn medewerkster Gerda Weiss, in januari 1974.

Douglas: (‘Géén Mr. Harding please!’) Als u niet zou begrijpen wat Gerda of ik te zeggen hebben, dan denk ik dat dit niet zozeer komt door ons Engelse taalgebruik, maar misschien eerder doordat u iets diepzinnigs en gecompliceerds verwacht. Maar wat we graag met u zouden willen delen is iets dat zo simpel is, en zó voor de hand liggend, dat ik helemaal niet in woorden uit kan drukken hoe simpel en voor de hand liggend het wel is…!
De mentaliteit waarmee we dit vanmiddag dan ook moeten benaderen, is de mentaliteit van een klein kind. Ik zou eigenlijk het liefst alleen maar woorden willen gebruiken, die een kind van een jaar of acht zou kunnen begrijpen.

De meesten van u hebben, als ik het goed van Wolter heb begrepen, dat eerste hoofdstuk van mijn boekje gelezen. Ik zou daar graag nu al in het begin van onze bijeenkomst over zeggen dat, hoewel ik nog helemaal achter deze woorden sta die ik zo’n jaar of veertien geleden neerschreef, er toch ook enkele misleidende aspecten in dat verhaal zitten.
Het speelde zich af in die prachtige bergen van de Himalaya’s in Noord India. Maar als er intussen iets duidelijk bevestigd is geworden, dan is het wel dat die daar beschreven ervaring overal, maar dan ook werkelijk overal, plaats kan vinden. In een stations-W.C., in de trein … overal – en zeker hier in dit huis.

En mijn tweede punt van kritiek op mijn eigen verhaal is dat het de indruk kan hebben gewekt dat hier iets heel speciaals gebeurde met een speciaal iemand, en dat is niet minder misleidend. Want als onze bijeenkomst dit weekend slaagt, zullen we het allemaal zien, of in elk geval de meesten van ons: We gaan die ervaring hebben – we gaan het doen. En ik zou jullie dan ook willen vragen, er op voorbereid te zijn om, deze middag zelf nog, door te dringen tot de kern van de zaak. Kom met openheid, met aandacht voor wat we zullen vinden, hier waar we nu zijn. Als je dat kunt, zul je het ervaren.

En dan nog een derde punt: Deze ervaring, die we het kijken naar onze Ware Leegte zouden kunnen noemen, of naar onze Helderheid, kan héél kort zijn: het is mogelijk dat het maar ’n tel duurt, en dat die dan weer voorbij is. Maar: je kunt het niet verkeerd doen. Er zijn geen trappen-, geen stadia-, geen graden van inzicht hier. Wanneer het wordt gezien, wordt het gezien precies zoals de Boeddha het heeft gezien, en zoals Jezus het heeft gezien. Dit is een geweldige geruststelling en aanmoediging: er zijn hier geen niveaus van begrijpen.Geen Guru’s daarboven, hoog verheven, en arme discipelen hier beneden. Het gaat hier heel oprecht over iets dat zó eenvoudig is dat het niet verkeerd kan worden gedaan.

We zouden erg graag jullie geduld en jullie toestemming willen hebben om deze bijeenkomst te maken tot een praktische ervaring. Als Gerda en ik steeds door zouden gaan met spreken zouden we misschien een prettige middag kunnen hebben, maar misschien zou er verder niet veel gebeuren… ten minste, dat is mijn ervaring. Daarom gaan we, als jullie het er mee eens zijn, een aantal praktische oefeningen doen. We gaan een paar experimenten ondernemen, en daarmee zullen we enkele ontdekkingen doen.

Dus als ik klaar ben met deze korte inleiding, en als Gerda heeft aangevuld wat ik vergeten ben te zeggen, dan zullen we als jullie willen enkele praktische experimenten ondernemen waarvan we verwachten dat ze jullie als het ware mee zullen nemen naar iets dat een levend gebeuren in jezelf is. Daardoor wordt dit uiterst eenvoudige Beleven niet alleen deze middag, maar ook in de toekomst toegankelijk, want je kunt deze experimenten met je mee naar huis nemen, of waar je ook heen gaat. Wat we gaan doen is niet ontworpen om mensen een middag bezig te houden, maar om mensen voor de rest van hun leven in staat te stellen, naar deze ervaring terug te keren.

Het zou best kunnen zijn dat je de dingen die we voor deze experimenten hebben meegebracht erg simplistisch en kinderachtig vindt, maar ik denk dat het juist is wat we nodig hebben: dingen die een kind kan begrijpen. Veel grote wijzen hebben nadrukkelijk gezegd dat we het Koninkrijk der Hemelen niet binnen komen … dat we niet zullen begrijpen wie of wat we zijn, voordat we eerst geworden zijn als de kleine kinderen. Kleine kinderen spelen, en als u het goed vindt, komen we naar beneden, naar dit niveau van kleine kinderen, om wat spelletjes met elkaar te spelen. Kinderen zijn heel ernstig als ze spelen, en wij zullen deze spelletjes ook volkomen au serieus nemen, en tegelijk kunnen we er toch pret mee hebben – dat hoop ik tenminste.

Wat gaan we proberen ? Wat is de bedoeling ? De meesten van u stellen belang in Yoga. Wat is het doel van Yoga ? Ik geloof dat ik het goed begrijp als ik zeg dat het doel van de Yoga zelfkennis is, Jnana Yoga, de Yoga van zelfrealisatie. En dit doel, dat het hart van alle Yoga is, de essentie van alle Yoga, is ons doel ; zelfrealisatie.

Wat betekent dat: Zelf-realisatie ? Het betekent niet: kennis van een persoonlijkheid, van denken en voelen, van het lichaam, van problemen en complexen. Het betekent iets dat veel eenvoudiger en veel dieper is dan al die dingen. Het betekent het in-kijken -, en het complete gewaarworden van wat de hele tijd is waar ik ben; wat mij betreft betekent het: aandacht voor wat altijd hier is. Aandacht voor wat hiér is … niet voor het steeds wisselende klimaat van gedachten, gevoelens, meningen, pijnen, problemen … maar aandacht voor wat de achtergrond is, de ononderbroken achtergrond, waarin deze dingen verschijnen.
En wat we gaan doen is dus: kijken hoe het is, op de ‘plek’ zelf, waar we ons bevinden. Voor mij betekent dat dat ik hierheen moet kijken, naar wat er achter dit gezicht ligt; en Gerda moet achter haar eigen gezicht kijken, en u moet daarheen kijken ; naar wat er achter uw eigen gezicht ligt.

Een moeilijkheid met bijeenkomsten als deze is, dat u naar Douglas en Gerda kijkt, en bij uzelf zegt: Die vermaken zich geweldig ! Maar u heeft er geen enkel voordeel van als u probeert om u voor te stellen wat Douglas ziet, of wat Gerda ziet. Het enige wat tijdens deze bijeenkomst vruchten af kan werpen, is dat ieder van ons zijn aandacht vestigt op de achtergrond van wat hij of zij zelf is. Op jouw eigen stoel zit een mysterie. En nu gaan we zonder enig vooroordeel en zonder meegebrachte ideeën van hoe het natuurlijk wel zal wezen, kijken naar wat er op onze eigen stoel zit. En we gaan kijken of we misschien uit het oog verloren hebben wat voor aard degene heeft die op jouw eigen kussen zit. Op de allereenvoudigste manier gaan we kijken hoe het is waar wij zelf zijn.

Een taalkundige uitdrukking die ons misschien kan helpen is: Eerste persoon, derde persoon. Betekent dat iets in het Nederlands ? Ja ? Voor u ben ik derde persoon (of tweede, als u tegen me spreekt). Je kunt tegen mij zeggen ; Douglas, daar zit je met je grijze sik, en jij bent een ding in de wereld. Je kunt als je naar mijn uiterlijke verschijning kijkt zien waar Douglas ophoudt, en de wereld begint. Dat is wat ik ben …. tenminste van jouw standpunt gezien. En zoals je ziet is dit uiterst eenvoudig. Je ziet dat ik een persoon ben, een man, een ding, een lichaam, beperkt op elke denkbare manier. Dat zien jullie.
Nu moet ik de moed opbrengen en de eenvoud, om goed te vinden dat jullie Douglas zien zoals jullie doen. Douglas is jullie probleem. Die kerel met die witte baard is jullie probleem.

Maar hoe ziet het er hier uit, achter dat gezicht dat jullie zien ? Met andere woorden: is er verschil tussen de derde persoon en de eerste persoon? Wel, als ik wil weten hoe ik er uitzie als derde persoon, dan is dat heel gemakkelijk. Ik kan bijvoorbeeld aan Gerda vragen: Hoe zie ik er uit ? En zij kan mij allerlei dingen vertellen over mijn derde persoon. Of anders kan ik in de spiegel kijken naar hoe die derde persoon er uitziet. Of je kunt even een foto van me nemen.
Maar… hoe ziet het er hier uit, van binnen? Ben ik zó … ?
Laat ik je maar meteen vertellen dat ik niet ben zoals ik er uit zie ! Ben jij zoals je er uit ziet ? Dat is een grote vraag !
Of laten we het eens anders zeggen: als derde persoon ben je zoals een voorbijganger je ziet, bijvoorbeeld op een afstand van drie meter. Van drie meter afstand kun je zien hoe ik er uit zie, ja ? Oudachtig, en vol haar, en nog veel meer. Maar je dacht toch zeker niet dat het er hier ook zo uitzag ? Ik wil je vertellen hoe het er niet uitziet, niet omdat dit zo belangrijk is, maar om duidelijk te maken wat de bedoeling van deze werkbijeenkomst is. Wat we onderzoeken is hoe het is op een afstand van nul meter. Jullie kunt zien hoe ik er op tien of vijf meter afstand uitzie, maar alleen ik kan zien hoe ik er uitzie op nul meter, nul centimeter.

Nou zou je kunnen zeggen: “Wat heeft dat allemaal met Jnana Yoga te maken ?” Ik ben er van overtuigd dat Shri Ramana Maharshi uit Tiruvanammalai die ik als een van de grootste leermeesters van onze tijd beschouw, volkomen gelijk had toen hij zei dat het veel gemakkelijker is om te zien wat je zelf bent, dan om te zien hoe iemand anders er uitziet: het is gemakkelijker om te zien wat je bent, dan om iets in de wereld te zien. We denken dat dit zo moeilijk is, maar het is zo ongelofelijk gemakkelijk ! We denken dat het zo eenvoudig is om bijvoorbeeld een hand te zien, of Gerda’s gezicht en dat het moeilijk is om onze ware Natuur te zien … onze Helderheid of Leegte … mijn afwezigheid … mijn Essentie, of hoe je het maar wilt noemen.
Maar volgens Ramana Maharshi is het net andersom. Het is gemakkelijker om te zien Wie je bent, dan om wat voor andere dingen dan ook te zien. En ik zal je zeggen waarom. De dingen in deze wereld zijn verschrikkelijk gecompliceerd. Kijk eens naar dit gezicht van mij: als je er tien jaar aan een stuk naar keek dan zou je nog niet elke porie zien, elk detail; en bovendien verandert het de hele tijd … het wordt oud en zo … En zo gaat het met alles: zo zou je ook mijn hand tien jaar lang kunnen bestuderen en nog niet precies weten wat die nou precies is. Nadat je de poriën had bestudeerd zouden misschien de cellen aan de beurt zijn.

En hoe staat het dan met de moleculen ? Je kunt werkelijk niet meer doen dan telkens even een flitsje zien van wat er in de wereld te koop is. Dat geldt ook voor ideeën, opinies, gedachten, net als materiële dingen zijn ze ondoorgrondelijk, omdat ze zo verschrikkelijk gecompliceerd zijn.
We hebben allen wel eens van de grote Christelijke theoloog Thomas van Aquino gehoord. Hij zei (en ik hoop dat u er geen bezwaar tegen hebt dat ik hier het woord ‘God’ gebruik): ‘Alleen God kan volkomen gekend worden, want alleen God is volkomen eenvoudig.’ Lees in plaats van ‘God’ onze eigen diepste natuur, en dan kom je weer bij die uitspraak van Ramana Maharshi.

En ik ben er volmaakt zeker van dat hij volledig gelijk had toen hij zei dat onze eigen Ware Natuur het toegankelijkste en duidelijkste van alle dingen is. Mensen kwamen bij hem, en zeiden: “U bent een groot Meester, maar ik zal nooit, nooit in staat zijn, te realiseren wat ik ben. Zoiets is voorbehouden aan grote mannen als u !” Waarop Maharshi dan zei: “Wat …? Je kunt de vloer zien en je kunt het plafond zien, en je kunt niet zien wie je zelf bent …? Dat is absurd ! Je bent wat je bent, en zou je dat niet kunnen zien ? Het is zó volmaakt duidelijk wat je bent, dat het niet in woorden te zeggen is, hoè duidelijk het wel is !’

Wat mijzelf betreft kan ik alleen maar zeggen dat ik volslagen gek was, waar het mijn ideeën over mezelf betrof. Ik nam met grote aandacht allerlei dingen waar om me heen, maar zodra het over hier ging, op nul centimeter… daar zette ik iets neer.. ongelofelijk: een soort gehaktbal met ogen en oren en een neus! Dat is toch te gek om los te lopen!

Ramana Maharshi, en Gerda, en ik, en nog een heleboel mensen die het gezien hebben zeggen dat het gemakkelijker is om te zien wat je bent … dat het gemakkelijker is, te zien van waaruit je kijkt, dan waar je naar kijkt. Kun je dat volgen ?
De vraag vanmiddag is dus niet wat je ziet: die mooie houten muur, en Gerda en Douglas die daar voor zitten … maar van waar uit je kijkt !
Nu kun je zeggen: Hoe kan ik zien waar ik van uit kijk ? Maar Ramana Maharshi zei: “Hoe bestaat het dat je het niet zou zien ?”

En mijn ervaring nu is, dat ik kijk vanuit Niets. Ik ben Niemand die kijkt vanuit Niets. Te zien bent u alleen, en ik heb al jullie gezichten. Dat is een ongelofelijke transactie ! Ik verlies mijn eigen hoofd, en ik krijg al jullie hoofden er voor in de plaats ! En ik kan jullie alles over jullie gezicht vertellen. Dat kun je zelf niet, denk ik.
Stel je voor dat jouw snor blauw was geworden, nadat je hier de zaal binnen bent gekomen … dat was dan mijn probleem, nietwaar ? Jij zelf zou het niet weten ! Zie je wat ik bedoel ? Ik heb echt jouw gezicht … dat heb ik en ik ben wezenlijk leegte, met plaats voor jullie gezichten en de blauwe hemel en de flonkerende sterren … en die leegte ben ik altijd geweest. En als we dus terugkomen tot de vraag hoe het is om Eerste Persoon te zijn … ik stel voor dat we het zelf met experimenten gaan onderzoeken. Laten we eens nagaan of het waar is dat ik als Derde Persoon een ding ben, terwijl ik als Eerste Persoon geen ding in de wereld ben, maar dat de wereld een heleboel dingen in mij blijkt te zijn, en jij bent geen ding (nothing).

Tijdens de lunch hadden we het over het gedicht van een klein meisje uit Canada. De geest van haar gedichtje geeft precies aan wat we vanmiddag willen doen. Het gedichtje van dit negenjarige meisje gaat ongeveer zo:

Do you know what it’s like to be nobody ?
Just a tiny speck of air
With all those people around you.
And you are just not there!

Weet je hoe het is om niemand te zijn ?
Alleen maar een plukje lucht.
Allemaal mensen om je heen.
En je bent niet eens een zucht !

Het ene dat we dit weekend dus willen doen, is aandachtig zijn. Niet iets bereiken! We proberen onszelf niet te bewijzen of waar te maken, en we proberen niet iets te veroveren, maar uitsluitend nota te nemen van wat IS, van wat de waarheid is, en hoe. Dit te realiseren is van het hoogste belang. Volgens deze benadering van de Jnana Yoga, volgens wat Ramana Maharshi zei, is het de waarheid die ons vrij zal maken, en die waarheid is waar we in geïnteresseerd zijn; niet in het krijgen van het een of ander (er is niets tegen om allerlei dingen te krijgen, maar dat is niet de bedoeling van dit weekend) . We zullen proberen eerlijk en aandachtig te zijn, en niet in de eerste plaats aandachtig ten opzichte van wat ‘ginds’ is, maar aandachtig ten aanzien van wat in het middelpunt van onze wereld ligt.

Wel: om mij heen zie ik de hemel, en de Melkweg, de zon en de maan, wolken en vliegtuigen, ik zie bomen, huizen, windmolens, auto’s, straten, en we zien mensen en handen en voeten en buiken … En in het midden van al deze dingen, te beginnen met de Melkweg, tot en met die paarsige das van me … in het middelpunt … wat ligt er in het middelpunt?
Die gehaktbal met ogen ? Of is het helderheid?

Als we onwaarachtig zijn ten aanzien van wat precies in het midden ligt, brengt dat dan niet met zich mee dat we onwaarachtig zijn ten aanzien van al het andere ? Zou ons hele standpunt ten aanzien van de wereld niet corrupt zijn als we op deze plek iets projecteren wat er niet is ? Toen we geboren werden, waren we allemaal helder, echt helder, en leeg hier (boven de nek). En toen kwamen er mensen die ons vertelden hoe het er hier uitzag. Mijn ouders en mijn kinderjuffrouw en mijn vriendjes vertelden me hoe het er hier uitzag. Ze vertelden me dat er hier een ding was: een gezicht, een soort doos, en dat ben ik dus. Zo’n vier miljard mensen staan in principe klaar om mij te vertellen hoe het er hier uitziet. Maar zij zijn hier nooit geweest ! Ik ben de enige die ooit hier is geweest, en alleen ik kan zeggen hoe het hier is. Niemand kan mij vertellen hoe het hier is, en niemand zou jullie horen te vertellen hoe het er uitziet waar jullie zijn ! Jullie zijn de enige en hoogste autoriteit op dit punt van hoe het is waar je bent. Laat niemand het je komen vertellen!
Je dient alleen de moed op te brengen, aandachtig te zijn op de plaats waar je bent. Die aandacht is het doel van ons weekend: Wat betekent het om Eerste Persoon Enkelvoud, Tegenwoordige Tijd, te zijn !
Gerda, jij hebt vast nog van alles te vertellen dat ik vergeten heb !

Gerda Weiss: Ik zou hoogstens nog de vraag kunnen stellen: Waarom gaan we dit allemaal doen ? In elk geval is het op z’n minst een heel banale nieuwsgierigheid. Want op de een of andere onverklaarbare, wonderbaarlijke manier ben ik hier – ben ik gebeurd. En het lijkt me nogal lauw en passief om de rest van mijn leven door te leven zonder er een notie van te hebben van wie hier nu eigenlijk leeft.
Dat is een vraag die veel mensen zich stellen: “Waarom leef ik ?” Ik weet eigenlijk niet of dat de beste vraag is die men zich kan stellen. Als je je afvraagt ‘Wie ben ik eigenlijk’ en je ontdekt dat, dan zijn andere vragen waarschijnlijk meteen opgelost of overbodig geworden: Als je je afvraagt wie je eigenlijk bent, of wat, is dat zoiets als een onderzoek dat je instelt naar de aard van een instrument dat je gebruikt. Als je probeert een spijker in de muur te krijgen met een zaag, lever je geen goed werk af. En als ik doorga met net te doen alsof ik een klein ding ben, dan wordt de taak die mijn leven is ook niet best uitgevoerd.

Toen ik me er bewust van werd dat er iets aan mijn leven ontbrak, zelfs in gelukkige perioden, begon ik me af te vragen of dit instrument wel in orde was. In elk geval was ik bezig te leven met een instrument dat ik eigenlijk nauwelijks kende. Daarom begon ik een onderzoek in te stellen. Misschien had ik het goede instrument, maar deed ik er het verkeerde werk mee; of misschien beging ik een andere fout … maar ik wilde het ontdekken. Met dit onderzoek naar wie dit leven leeft hoopte ik dat ik meer van mijn leven terecht zou brengen dan zolang ik eigenlijk volslagen onwetend was over mezelf.
Daarbij kan ik niet ontkennen dat dit toneelspel … dit leven op gezag van wat anderen zeggen dat je bent, een verschrikkelijk onbehagen met zich bracht. Ik denk dat allerlei angsten te wijten waren aan de illusie dat je een wezen bent, afgescheiden van alle andere. Als jij een ding bent, en ik ben een ding, dan zijn er talloze muurtjes tussen ons, en dan kunnen we nooit echt communiceren. En ik geloof dat dit de grootste angstverwekker van allemaal is, want het is oneerlijk, onjuist. De werkelijkheid is heel anders.

Het gaat er niet om allerlei dingen te veranderen: alleen om de situatie te leren zien zoals die werkelijk is. Als je ontdekt dat wij niet van aangezicht tot aangezicht tegenover elkaar staan, maar van gezicht tot geen gezicht, dan zijn ogenblikkelijk alle mogelijke muren tussen ons afgebroken. Ik houd er niets meer op na, hier, dat tussen ons in kan staan, en dat is volkomen in harmonie met de liefde. Ik heb ontdekt dat ik enkel potentialiteit ben, mogelijkheid, waar de wereld zich in kan afspelen. En ik probeer niet daarin in te grijpen of een obstakel te zetten op dit pad van de wereld.

Douglas Harding: Ik geloof dat die nieuwsgierigheid een belangrijk punt is. Pascal vond dat het waanzin was te leven zonder er een onderzoek naar in te stellen, wie we zijn. En Plato zei dat een leven waar je je niet in verdiept niet de moeite waard is om geleefd te worden. Dat zijn sterke uitspraken !
Maar is het niet volkomen waar ? Nu ik eenmaal gebeurd ben, nu lijkt het me iets akeligs en onnatuurlijks, niet te ontdekken w a t er nu eigenlijk tot stand gekomen is ; wat ik ben, wie ik ben. Tot op een gegeven ogenblik was ik afgegaan op wat ieder over me zei, maar ik had geen aandacht geschonken aan mijn eigen ervaring. Dat is eigenlijk een vertrouwenskwestie.
De hele maatschappij heeft je tot nu toe verteld wat je bent als Derde Persoon. Nu gaan we eens kijken naar wat we zijn als Eerste Persoon.

Gerda: We moeten bij wat we gaan doen proberen, niet ons geheugen te gebruiken. Het heeft geen enkele zin, me te herinneren hoe ik vijf minuten geleden dacht dat ik was. Laten we alleen proberen, te kijken naar wat er n u is, op het ogenblik zelf dat we kijken !

Douglas:
Als u het goed vindt gaan we nu een van onze experimenten houden. Als u er eerst voor zorgt dat u gemakkelijk zit, zodat uw aandacht niet wordt afgeleid door: spierpijn, zou ik willen voorstellen dat we nu eens gaan kijken wiè nu eigenlijk dit experiment wil ondernemen.
Dus laten we onze ogen eens dicht doen, en dan kijken. Dat klinkt misschien gek: je ogen dicht doen om te kijken. Maar om goed te kunnen kijken doen we niet alleen onze ogen dicht, maar we laten ook, zoals Gerda al zei, ons geheugen vallen, en onze opinies over onszelf, en onze fantasie.

Het enige wat we moeten doen is volkomen eerlijk zijn in onze waarneming, van hoe het is waar we zijn. Wat zit er op je stoel, op de plek zelf waar je bent ? We houden nu dus uitsluitend rekening met wat we op dit ogenblik waarnemen. Dit houdt dus een grote eenvoud en een grote aandacht in. U zult merken dat dit veel gemeen heeft met Yoga-ontspanningsoefeningen. We praten daar dadelijk nog wel over, maar laten we beginnen met het te doen.

Allemaal in een gemakkelijke positie en de ogen dicht? Neem nu dan waar wat op dit ogenblik uw gegeven is. We laten onze fantasie en ons geheugen vallen.
Afgaande op wat u nu waarneemt … hoeveel tenen hebt u dan? Hoeveel vingers ? Zonder twijfel voelen we een paar warme plekjes en wat prikkelingen, een paar gewaarwordingen…
Maar als je die optelt, ontstaan er dan voeten ? Zou het anders voelen als u in plaats van voeten hoeven had (uitsluitend afgaande op wat u nu voelt) ? Of klauwen, zoals van een vogel ? Of misschien een staartvin, zoals een vis ? Of vleugels? Als u uw herinnering laat vallen, zou u dan niet bijna elke denkbare vorm kunnen hebben ? Of nog beter: helemaal geen vorm misschien ? Ontdekt u een ‘ergens’ waar u ophoudt en waar de wereld begint ? Vindt u ergens een grenslijn waar u ophoudt? Kunt u de een of andere structuur of complicatie vinden ? Vindt u details, waar u bent ? Hoe is het om alleen maar ‘jij’ te zijn op dit ogenblik ? Ben je het een of andere ding in de wereld, of ben je meer zoiets als de door niets beperkte ruimte waarin het geluid van deze woorden nu plaatsvindt ? En waarin deze gewaarwordingen van warmte of druk enzovoort plaatsvinden, die u echter op geen enkele manier beperken ?

Om wat ik bedoel nog wat duidelijker te maken zou u misschien uw armen vooruit kunnen strekken, tot de hoogte van de schouders. Zou u mij kunnen vertellen, alléén afgaande op wat u n u kunt waarnemen, hoeveel armen u hebt ? Ik persoonlijk ontdek helemaal geen armen, en zeker geen één of twee … Ik weet niet waar je het over hebt als je zegt dat ik twee armen heb.
Wel… misschien wordt het nu wat vermoeiend, en nu kun je zeggen: daar zijn twee pijntjes. Ja ? Maar armen … ik voel geen armen, alleen twee plekjes spanning daar ergens in deze ruimte.

Is het niet vreemd, dat we dachten dat waar wij zijn, een ding was? Een object, zoals allerlei andere dingen in de wereld. Maar toont mijn ervaring (als ik uitsluitend daarop af ga) niet aan dat ik veel meer lijk op de ruimte waarin de wereld gebeurt ? Zoals Gerda zei: Als mogelijkheid-, capaciteit, waarin de wereld kan gebeuren… al deze geuren en geluiden en gevoelens … deze pijntjes en drukgevoelens …

Wie ben je nu? Wat ben je nu ? Is het niet vreemd, dat wanneer ik nu zie dat ik niet dit ben en niet dat … en in feite geen enkel ding, dat ik dan niettemin niet vernietigd ben? Dit niet-iets hier is iets heel echts. Het is geen vernietiging, geen lege leegte, maar het is echt. Maar u moet dat voor uzelf uitmaken. Bent u minder waarnemend of aandachtig als u niet, waar u bent, een man of een vrouw blijkt te zijn of iemand met twee armen of twee benen … bent u nu minder bewust? Bent u minder dan tevoren ? Of is het misschien net omgekeerd?

Nog iets ; Alléén afgaande op wat je nu waarneemt …: Hoe oud ben je nu ? Van wat voor geslacht ben je ? Ga het zelf na: jij bent de enige autoriteit op dit punt van hoe het is waar je nu bent. Ben je nu een ding, of ben je nu géén-ding, een niet-iets, en enkel capaciteit, potentieel, mogelijkheid, waarin dingen kunnen gebeuren.
Laten we onze ogen nu weer eens openen. Wat verandert er nu? In mijn geval kan ik niet anders zeggen dan dat alleen de vulling-, de inhoud van de ruimte die ik ben is veranderd: die heeft nu kleuren en vormen en bewegingen in zich, maar de ruimte die ik ben is precies dezelfde gebleven. Het is lichter, kleurrijker, maar ik ben precies hetzelfde als ik was met de ogen gesloten.
Wat is jullie ervaring ?

Gerda: Het is heel moeilijk, in het begin, om volkomen eerlijk te observeren wat er op dit ogenblik gegeven is, zonder ons geheugen er bij te halen, en daarmee herinneringen in de plaats te zetten van echte ervaringen-van-dit-moment.

Bezoeker: Ik begrijp nog niet goed wat u bedoelt met “capaciteit”.

Douglas: Leegte … leegte zonder begrenzing, groot genoeg voor de hele wereld om in te verschijnen … onbeperkte openheid … groot genoeg om op dit ogenblik deze kamer te bevatten … en als ik het raam uit kijk blijkt het groot genoeg om de tuin en de bomen en de blauwe hemel te bevatten.

Bezoeker: Het is een moeilijk woord !

Douglas: ‘Ruimte’ komt er het dichtste bij. Wolter, hoe vertaal jij ‘Capacitief’?

Wolter: Met ‘vermogen’, ‘onbegrensde mogelijkheid’.

Douglas: Vorig jaar was ik in Los Angeles met een stel kinderen (we werken heel veel met kinderen, want die zien het meestal heel gemakkelijk). En er was een jongetje van tien jaar, dat het onmiddellijk en volkomen duidelijk zag. Ik zei tegen hem dat ik het geweldig leuk vond om zijn gezicht te hebben … dat was een heerlijk fris gevoel. Hij vond misschien dat ik het niet duidelijk genoeg uitlegde, en daarom deed hij het mij voor: Deze tien jaar oude jongen zei: “Ik ben de ruimte waar de dingen in gebeuren”.
Toen vroeg ik hem: “John, hoe ga je dit aan je ouders duidelijk maken ?” Waarop hij antwoordde: “Douglas, dat ga ik zelfs niet eens proberen 1”

Gerda: Er is iets bijzonders, toch, met deze ruimte; deze Ruimte blijft ondanks alles een niet-ding; het is bewust van zichzelf. Ik zou nu niet kunnen zeggen: ‘ik ben dit’ of ‘ik ben dat’, maar ik kan zeggen “Ik ben”. Ik ben me bewust van mezelf. En dit hoeft helemaal niet bereikt te worden: dit is er al, je hoeft er alleen maar kennis van te nemen. Het is niet iets waar we naar hoeven te streven om het te bereiken, maar het is iets dat ik over het hoofd gezien had. En nu richt ik er alleen maar mijn aandacht op, en ik kijk, en ik neem er nota van dat het zó is en niet anders … dat het er altijd geweest is, of ik me daar nu rekenschap van gaf of niet.

Douglas: Wat er met Gerda gebeurd is, is er met ons allemaal gebeurd. Toen ze geboren werd was ze volkomen open als een geweldige ruimte waarin de hele wereld kon verschijnen. Maar toen kwamen er allerlei mensen die daarheen wezen, en er opmerkingen over maakten zoals ‘Dat is jouw gezicht’, en ze zeiden op allerlei manieren hoe zij vonden dat Gerda er uit zag, net zolang tot ze hen geloofde. En dat is best … wat we daar zien van Gerda is uitstekend … alleen het hoort niet in Gerda’s ‘hier en nu’: het hoort thuis in onze camera of in een spiegel of een schilderij.

We hebben een Engelse dichter, Traherne, die de volgende regels schreef:

No brims nor border In myself I see My essence is Capacity

Hier in mijzelf Geen grens, geen rand, De ruimte is Mijn vaderland

Dat is een uitstekende manier om het te zeggen. Wij zijn een en al openheid voor de wereld. Als derde persoon ben ik dicht, gesloten, afgebakend. Van jullie standpunt gezien ben ik iets afgebakends. Maar van mijn eigen standpunt uit gezien -, voor mezelf, ben ik heel iets anders. Ik ben niet zoals ik er voor jullie uitzie; ik ben helemaal het tegengestelde van hoe ik er voor jullie uitzie ! Er is maar één ding dat ik in deze zaal niet zie, en dat is een man met een witte baard. Dat komt omdat ik en wij allemaal gemaakt zijn als openheid. De anderen hebben ons verteld hoe het is waar wij zijn, en daar hebben ze het recht niet toe!

Nu gaan we ’n tweede experiment uithalen ! We noemen dit het experiment van het derde oog. Lieve hemel, wat een onzin is er gesproken en gezegd over dat derde oog …
Mag ik jullie even iets vragen, voordat we ermee beginnen ?
Hoevelen onder jullie hebben nu, op dit ogenblik, de ervaring dat je uit twee ogen naar mij kijkt ? Niemand – precies. Douglas verschijnt in je kijk-veld, maar in je ervaring komen daar geen twee ogen aan te pas.
Ik denk dat Jezus sprak over het derde oog, toen hij zei:
‘Als je oog één is zul je het Koninkrijk der Hemelen binnengaan’ . ‘Als je oog één is zal je hele lichaam vol licht zijn, zonder duisternis’. (Statenvertaling: ‘De kaars des lichaams is het oog; wanneer dan uw oog eenvoudig is, zo is ook uw gehele lichaam verlicht; maar zo het boos is, zo is ook uw gehele lichaam duister. Ziet dan toe dat niet het licht dat in u is duisternis zij. Indien dan uw lichaam geheel verlicht is, niet hebbende enig deel dat duister is, zo zal het geheel verlicht zijn, gelijk wanneer de kaars met het schijnsel u verlicht’. Luk. 11 VS 33-36. Het woord voor ‘enkel’ en ‘eenvoudig’ is oorspronkelijk hetzelfde. Red.).

Het gaat dus nogmaals bij deze oefening niet om de herinnering dat we gisteren uit twee ogen hebben gekeken, maar alleen om onze tegenwoordige ervaring ; ervaren we twee ogen ? Of is er alleen een visie?
Sommige van u dragen een bril, anderen niet. Als degenen die een bril dragen die nu even afnemen en zo, met gestrekte armen voor je uit houdt. En degenen die geen bril dragen, kunnen er een maken met hun duimen en wijsvingers, op dezelfde afstand.
Nu kun je zien dat daar, op een meter afstand, je opticiën meent dat je twee ogen hebt! Zet die bril nu eens heel, heel langzaam op, en kijk wat er gebeurt. Armen héél langzaam dichterbij brengen Kijk wat er gebeurt.
Nu hebben jullie allemaal je derde oog ontdekt ! (gelach) Natuurlijk zeg je: ‘Zó eenvoudig kan het niet zijn. Maar toch is het zo ! Het midden uit de bril valt weg, en je hebt nog één oog over.

Ik gebruik het woord ‘oog’, maar dat is misschien niet het juiste woord. Als je eens aangeeft, hoe groot is het … ?
Kijk eens waar je vingers verdwijnen als je de omtrek van het gezichtsveld aangeeft … Is dat niet een prachtig raam ? Als je met je handen de rand van dat raam aangeeft, ontdek je dat daar een pracht van een raam is. En wat is er achter dat raam? Staat er iemand achter dat raam ? Niemand thuis, is het niet ? Is dat geen verfrissende en leuke ontdekking ? En is het niet onbegrijpelijk dat we dat steeds over het hoofd hebben gezien en er geen aandacht aan hebben besteed ? We zijn veel te druk met andere dingen bezig geweest. Maar is dit niet het allerbelangrijkste, om te zien wat er is in het middelpunt van de wereld? Maar om dit te ontdekken moet je kinderlijk zijn, dan is dit alles onmiddellijk toegankelijk.
Natuurlijk is dit een kwestie van leven en dood. Douglas gaat er aan, dat staat vast ! En Gerda. En jullie ? Jullie ook ?

Bezoeker: Ik heb juist het gevoel dat ik niet dood ga.

Douglas: Ook goed…! Het hangt er maar van af over wie je het hebt ! De derde persoon gaat er aan ! Maar de eerste persoon…? Komt er enige verandering in die ruimte ? In die capaciteit ? Is het ooit geboren?
Nee, achter het raam woont niemand. Op de plek zelf waar ik woon valt bij diepgaand onderzoek niemand te ontdekken.
Het enige wat we zien is een door niets beperkte, bewuste ruimte, waarin alle dingen in het heelal kunnen gebeuren.

Die Ruimte wordt niet geboren en sterft niet. Ze is.