Een cursus in wonderenMedia

Les 22: Wat ik zie is een vorm van wraak

By 12 augustus 2022 No Comments
1. Het idee van vandaag beschrijft nauwkeurig hoe ieder die er in zijn denkgeest aanvalgedachten op nahoudt, de wereld móet zien. 2Aangezien hij zijn kwaadheid op de wereld heeft geprojecteerd, ziet hij wraak op het punt staan hem te overvallen. 3Zijn eigen aanval wordt zo als zelfverdediging gezien. 4Dit wordt steeds meer een vicieuze cirkel, tot hij bereid is zijn manier van zien te veranderen. 5Zo niet, dan zullen gedachten van aanval en tegenaanval hem volledig in beslag nemen en zijn hele wereld vullen. 6Welke innerlijke vrede is er dan nog voor hem mogelijk?

Het is belangrijk om je al oefenend te herinneren dat het onmogelijk is dat wij hier in speciale lichaamrelaties zouden kunnen zijn zonder aanvalsgedachten. Zelfs de gedachte van een individueel bestaan bevat aanval, want God-eenheid-boom moest eerst door ons zelf omgehakt worden, voordat wij hier in deze dualistrijd-huwelijksbeddroom lichamelijk konden lijken te bestaan. De verzoening vertelt dat de Zoon van God in slaap viel en droomde over de afscheiding:

T10.I.2:1  ‘Jij bent thuis in God en droomt van ballingschap, maar bent volmaakt in staat te ontwaken tot de werkelijkheid’.

Die ballingschap-droomwereld zien die met lichamen en meer gevuld is, is dus een aanvalsgedachte, ofwel beelden maken, zoals les 15 het noemde, dus we herkennen die beelden niet meer als fantasiegedachten in onze eigen denkgeest en nemen het serieus dat we een lichaam, genaamd pop jan, zijn. Zo lang wij blijven geloven dat wij als een individu bestaan, zullen zulke oefeningen ons angst bezorgen. Even notie nemen van dit feit dat er geen buiten ons gewaarzijn bestaat omdat we de zintuigen niet uit kunnen, werkt meestal niet, want de onzichtbare weerstand dat God kwaad zou zijn en het opgeven van het hele huwelijksbed-idee willen zien, is veelal te heftig en daarom dissociëren we deze feiten direct. We moeten bewust zelf weer terug willen en hulp vragen aan de Heilige Geest om de oorzaak waar deze wens om de God-eenheid te splijten in ons is ontstaan, te laten genezen als een droom – het is niet echt gebeurd.

T3.VII.1  Ieder denksysteem [] begint óf met maken óf met scheppen, [] Hun overeenkomst ligt in hun vermogen als fundament te dienen. []5Beide zijn ze hoekstenen voor geloofssystemen waarnaar men leeft. 6Het is een vergissing te geloven dat een denksysteem gebaseerd op leugens zwak zou zijn. 7Niets wat door een kind van God is gemaakt is zonder macht. 8Het is essentieel dat je dit beseft, want anders ben je niet in staat uit de gevangenis die jij gemaakt hebt te ontsnappen. 2. Jij kunt het autoriteitsprobleem niet oplossen door de macht van je denkgeest te onderschatten.

Leer aanvaarden dat die aanvalsgedachten van pop jan of katrijntje naar elkaar niet door hen persoonlijk zijn bedacht, maar dictaten zijn van de ene maker, de poppenspeler in onze eigenste denkgeest, en die opdracht kreeg van de Zoon van God die zijn Vader heeft gedissocieerd om zelf baas te willen zijn. De uitnodiging is te zien: we wonen niet in het hoofd van pop jan of katrijntje maar in onze eigenste vormloze, ene kennendheid van gedachten (Denkgeest) van de Zoon die deze aanval op God pleegt door een poppenspel te projecteren als zijnde buiten ons en bij de strijdende lichamen de oorzaak van schuld, angst en dood neerlegt.

T3.VII.4  []Beelden (zijn fantasiegedachten en) worden waargenomen, niet gekend. 5Kennis (kennendheid) kan niet misleiden, waarneming (dus egogedachten) wel. 6Je kunt jezelf (in een waan) zien als iemand die zichzelf schept, maar kunt niet meer doen dan dat geloven. 7Je kunt het (fantasieverhaal) niet waar maken.

Door het inzicht, of door te aanvaarden dat de bron, de maker, van egogedachten in onze eigenste denkgeest te vinden is, zouden we dat persoon lijken te zijn in ‘speciale-relaties-maaksel’ dromen toch níet meer aanzien voor onszelf, en dan is er géén wraak op Gods liefde geweest, omdat het niet echt gebeurd is – de ware vergeving. Vroeg of laat moeten we met hulp van de Heilige Geest leren om weer vanuit de denkgeest, en niet vanuit een lichaam te willen kijken, en dat als feit te aanvaarden en je te realiseren dat dit nu al zo is.

T3.VI.8  De autoriteitskwestie is in wezen een kwestie van auteurschap. 2Wanneer je een autoriteitsprobleem hebt, komt dat altijd doordat je gelooft dat jij de auteur van jezelf bent, en doordat je jouw waanidee op anderen projecteert. 3Je beziet de situatie er dan als een waarin anderen jou letterlijk bevechten om je auteurschap. 4Dit is de fundamentele vergissing van al diegenen die geloven dat ze zich de macht van God hebben toegeëigend. 5Deze overtuiging is voor hen erg beangstigend, maar verontrust God allerminst. 6Hij wil die echter graag ongedaan maken, niet om Zijn kinderen te straffen, maar alleen omdat Hij weet dat het hen ongelukkig maakt. 7Aan Gods scheppingen is hun ware Auteurschap gegeven, maar jij geeft er de voorkeur aan anoniem te zijn wanneer je ervoor kiest jezelf af te scheiden van jouw Auteur. 8Onzeker over je ware Auteurschap, geloof je dat jouw schepping anoniem geschiedde. 9Dit brengt je in een situatie waarin het zinvol lijkt te geloven dat jij jezelf geschapen hebt. 10Het geschil over het auteurschap heeft zoʹn onzekerheid in je denkgeest achtergelaten dat die zelfs betwijfelen kan of je eigenlijk wel bestaat.

Dat brengt het inzicht dat de hele wereld, met alles erop en eraan, onze eigen verbeelding-projectie is. Wie de wereld maakt met fantasiegedachten en God aanvalt via zijn poppenspel, laat die bedenker nu de Heilige Geest vragen in onze denkgeest het ware ik als de Zoon terug te vinden. De Heilige Geest blijkt de enige therapeut die het Zelf van God in onszelf onder ogen kan brengen en die ons dat eeuwige onveranderlijke nu-zijn elk moment leert herinneren, want dan houd je vanzelf op elke vorm van wraak te geloven. Meditatie/bidden beoefenen bestaat uit het leren de Heilige Geest hulp te vragen om in onze denkgeest elk geloof in fantasie-verleden-gedachten te verdrijven en onze aandacht te genezen persoonlijk te zijn, zonder dat het poppenspel weg moet.

 T3.VI.9  2Jij hebt je de macht van God niet toegeëigend, maar je hebt die wel verloren. 3Gelukkig betekent iets verliezen niet dat het weg is. 4Het betekent alleen dat jij je niet herinnert waar het is. [] 6Het is mogelijk zonder oordeel naar de werkelijkheid te kijken en eenvoudig te weten dat ze er is.

Alle huidige problemen in deze wereld zijn er allemaal aan te wijten dat we verleden-fantasie-aanvalgedachten geloven, door onze onpersoonlijke aandacht persoonlijk te doen lijken en in de hoofden van de poppen te proppen. Geef, als je je natuurlijke erfgoed van Gods vrede wilt hervinden, in jezelf via de hulp van de Heilige Geest het geloof in alle verleden- en aanvalsgedachten op, door je aandacht op je eigenste zijn weer onpersoonlijk te willen ervaren in plaats van persoonlijk. Het is hetzelfde als in de vorige les: dat het niet de persoonlijke pop versus het ego moet zijn maar Heilige Geest versus het ego.

Vrede komt vanzelf de Denkgeest in (onze eigenste kennendheid in de aandacht weten), die ‘wees stil en schouw vanuit onpersoonlijke aandacht’, want dat stille eigenste getuigen-zijn, is wat het fantasieverhaal volgt.

Dit stille eigenste heden-zijn ervaren, is de duidelijke stem van God horen zeggen: “Broeder, er bestaat geen dood”, in plaats van het geklets van het ego over elkaar uitmoorden te willen horen als waar.

Die stille eigenste getuige-zijn alleen al ervaren is genoeg om het innerlijke antwoord met onpersoonlijke aandacht schouwend verstild te horen suizen; zo ons eeuwige moment beleven brengt het onveranderlijke geluk, dat onzichtbaar leek, terug. Dit simpele, vraagloze zijn en lekkerheid ervaren is het doel van het beoefenen van meditatie/bidden.

Zie in dat alleen vanuit stilheid in onze Denkgeest aandacht geven, we eenheid zijn en kunnen ervaren. Dat we ervaren dat wij en de anderen in een wereld als een lichaam geboren uit ouders lijken te zijn, een verleden-aanvalsgedachte is in onze eigenste denkgeest. Leer die waan door de stilheid van dit eigenste eeuwige-zijn-moment te ervaren, onpersoonlijke aandacht gevend, te doorzien als nooit gebeurd. Zo passeren we de sirenes van elk verleden-denken geloven, als niet waar. We vergeven het woordloos, met het simpele nu-zijn ervaren.

T3.VI.10  Vrede is een natuurlijk erfgoed van de geest. 2Het staat ieder vrij te weigeren zijn erfenis te aanvaarden, maar hij is niet vrij te bepalen wat zijn erfenis (vrede zijn) is. 3Het probleem waarover ieder moet beslissen is de fundamentele vraag van het auteurschap. 4Alle angst komt uiteindelijk, en soms via zeer kronkelige wegen, voort uit de verloochening (het niet willen zien) van het Auteurschap. 5Die krenking treft nooit God, maar alleen degenen (wij als maker) die Hem verloochenen. 6Zijn Auteurschap verloochenen is hetzelfde als jezelf de reden voor jouw vrede ontzeggen, zodat je jezelf (verkleint door persoonlijke aandacht te geven aan het ego) slechts in (afgescheiden) segmenten ziet. 7Deze vreemde waarneming (aandacht aan persoonlijke fantasie gedachten willen weg gevend) is het autoriteitsprobleem.

Er is wezenlijk met ons als Zoon van God helemaal niets gebeurd; als je die kloon door God geschapen als de waarheid ziet of aanvaardt, zijn we nog altijd gewoon Thuis in God. Dat was de veilige haven van de vorige les. Nu gaan we de vraag beantwoorden hoe en waarom de Zoon in zijn denkgeest met het aanval-filmscript een wereld is gaan maken waarin een ego-nazigod en de speciale andere poppen de schuld krijgen van ons persoonlijk niet-gelukkig-zijn die allemaal geen gevolgen kunnen hebben voor ons zijn delen met God maar toch zijn gaan geloven als echt waar. Zonder het filmscherm en zijn licht is de film bekijken niet mogelijk. Dus we zijn als Zoon van God dat ene zichzelf verlichtende filmdoek waar we onze aandacht op één zijn delen kwijt geraakt door dat licht van onze onpersoonlijke aandacht bewust weg te geven om de persoonlijke sterfelijke droomfiguren in de dualistrijd film te willen zien. Zolang we ons als dit lichaam gemaakt door de lichamen van onze ouders ervaren en niet (willen) weten dat we dat onveranderlijke vragen loze filmdoek zijn en daar ons licht van de onpersoonlijke aandacht weer met hulp op leren leggen, blijft het een persoonlijke afgescheidenheid film op zoek naar speciale sterfelijke lichamen en oorlog zien waar onzichtbaar achter nog steeds één liefde huist, puur om zelf oorzaak te zijn en geen gevolg van God.
Dus jij blijft zelf door het ego gedicteerd kijkend onpersoonlijke aandacht van ons licht zijn als persoonlijk aan jan klaassen en katrijntje dualistrijd huwelijksbed droom geven, waarin als echte onoplosbare ruzies over verschillen hoe we lichamelijk liefde zouden moeten delen dat hoe dan ook nooit zullen vinden.

T17.III.1  Vergeven is eenvoudig je alleen de liefdevolle gedachten herinneren die jij in het verleden gaf, en die jou werden gegeven. 2Heel de rest moet worden vergeten. [] 5Wees bereid de Zoon van God te vergeven voor wat hij niet heeft gedaan. 6De schaduwfiguren zijn de getuigen die jij met je meebrengt om aan te tonen dat hij gedaan heeft wat hij niet heeft gedaan. 7Omdat je ze meebrengt, zul je ze horen. 12Ze leveren jou de ‘redenen’ waarom jij je in onheilige bondgenootschappen zou moeten begeven om zo de doeleinden van het ego te steunen, en je relaties tot getuigen te maken van zijn macht.

Daar in die lichamen kan je nooit het filmdoek, God, licht of hoe je ons ook noemt, de Zoon van God vinden – die droomt dit geheel in zijn DG. God heeft er geen weet van maar ziet wel zijn Zoon in hem een nachtmerrie hebben en wacht tot die zelf weer wil kiezen liefde te delen in plaats van dromen. Wanneer we hulp aan de HG vragen om ons liefde-zijn weer te willen zien en te delen, worden wij als poppen door loutering, juist doordat we geen liefde vinden in de poppenfilmwereld, vanzelf als maker in plaats van als pop-zijn wakker uit de droom. Wonderen zien, is liefde willen zien; de HG brengt ons de rede dat onze aandacht onpersoonlijk is, was en zal zijn, en dat we met die genezen aandacht er vanzelf weer voor kiezen God als onze Oorzaak aandacht te geven in plaats van de filmfantasie-oorzaakverhalen.

T15.V. 9  God kent jou nu. 2Hij herinnert Zich niets, want Hij heeft je altijd precies zo gekend als Hij jou nu kent. 3Het heilig ogenblik weerspiegelt Zijn weten door alle waarneming weg te halen uit het verleden en aldus het referentiekader weg te nemen dat jij gebouwd hebt om er je broeders mee te beoordelen. 4Als dit eenmaal weg is, stelt de Heilige Geest er het Zijne voor in de plaats. 5Zijn referentiekader is simpelweg God. 6Alleen hierin schuilt de tijdloosheid van de Heilige Geest. 7Want in het heilig ogenblik, vrij van het verleden, zie je dat de liefde in jou is, en dat je niet buiten je hoeft te kijken om liefde schuldbewust weg te grissen vanwaar jij dacht dat ze was.

Dus of die hulp nu Athene, Heilige Geest heet of welke naam dan ook, die is al in ons denkgeest aanwezig maar moet gevraagd worden anders kan liefde (eenheid delen) niet helpen. Die liefde in ons gaat ons niet wakker maken, dat doet Ma of Pa als hun kind een nachtmerrie heeft ook niet, die zijn troostend lief voor hun kind en wachten tot het vanzelf wakker wordt, die schudden het kind niet wakker, want dat is niet liefdevol.

Dus allen staan om de bron, maar de meesten willen doordromen in dat zelfgemaakte huwelijksbed, pijndroom met speciale lichamelijke bevredigingservaringen, filmverhalen, die willen gedicteerd door hun zelfgemaakte egoscript niet terug, want ze zijn bang gemaakt voor hun denken dat de hoofdrolspeler dan eerst dood moet gaan en dan naar een onzichtbaar abstracte vormloze dus saaie één liefde bron zijn delen moet gaan, waar dat saaie onvoorstelbare ook nog zichzelf verder zou moeten uitbreiden.

T22.I  10God heeft geen geheimen. 11Hij leidt je niet door een wereld van ellende, om je pas op het eind van de reis te gaan vertellen waarom Hij je dit heeft aangedaan.

Dus we hebben allemaal een en dezelfde bron in ons die uit twee gedachtesystemen vrijwillig zelf moet kiezen waar het aandacht aan wil gaan geven. Willen we persoonlijk lichamen uitbreidende autoriteitsproblemen zien en zo nooit liefde-zijn kunnen delen, of willen we nu leren onpersoonlijke aandacht geven aan ons één-zijn en toch voudig, vormloze liefde-zijn delen en uitbreiden.

Beide systemen vinden plaats in de DG van de Zoon van God, dus wij hebben die mogelijkheid gekregen van God en wij moeten leren kiezen wat we willen, blote billen kletsen of vredig eeuwigheid chillen, en ja, dat is wel cru gezegd, maar dit zijn de twee mogelijkheden – meer smaken hebben we niet en lullig: één is er maar echt.

Dus die vele boeken en meer over liefde vinden en alles in deze wereld hebben niets te maken met wat we ‘nu’ als één liefde al vormloos zijn en kunnen dus ‘nu’ met hulp van de stilheidsstem van God al suizend (de sirenes met de ego-waaromvragen) gepasseerd en vergeven worden als niet echt, maar slechts droombeelden.

T18.VI.11  Iedereen heeft wel eens iets ervaren wat hij een gevoel zou kunnen noemen alsof hij boven zichzelf werd uitgetild. 2Dit gevoel van bevrijding overtreft verreweg de droom van vrijheid waarop in speciale relaties soms wordt gehoopt. 3Het is een gevoel van daadwerkelijk te ontsnappen aan beperkingen. 4Als je eens bedenkt wat dit ‘uitgetild zijn’ werkelijk inhoudt, zul je inzien dat het een plotse afwezigheid van lichaamsbewustzijn is; een verbinding van jezelf met iets anders waarin jouw denkgeest zich verruimt om het te omvatten. 5Het wordt een deel van jou wanneer jij je ermee verenigt. 6En beide worden heel, wanneer geen van beide als afgescheiden wordt gezien. 7Wat er in werkelijkheid gebeurt, is dat je de illusie van een beperkt bewustzijn hebt opgegeven, en de angst voor eenheid bent kwijtgeraakt. 8De liefde, die daar ogenblikkelijk voor in de plaats komt, breidt zich uit tot wat jou heeft bevrijd, en verenigt zich ermee. 9En zolang dit duurt, ben je niet onzeker over jouw Identiteit, en wil je die niet beperken. 10Je bent aan angst ontkomen en tot vrede gekomen, en hebt de werkelijkheid niet bevraagd, maar haar gewoon aanvaard. 11Je hebt dit in de plaats van het lichaam aanvaard, en hebt jezelf een laten zijn met iets wat dat overstijgt, door je denkgeest er eenvoudigweg niet door te laten beperken.

Suizen is het liefdesfilmdoek met onpersoonlijke aandacht van de Zoon als ons ene licht-zijn met God en heel het Zoonschap als onze eigenste zijn-ervaring te ervaren en wordt heelheid geweten; de beperkte denkgeest wordt opgegeven terwijl we tegelijk naar de fantasie-dualistrijdfilms kijken en inzien dat de maker ervan, iedereen, ook Hitler en meer, allemaal onschuldig zijn daar het hele filmgebeuren niet echt is. God garandeert onze onschuld is zo vanuit een liefde-zijn kijkend nu een simpel feit, dat wel steeds opnieuw herhaald lijkt te moeten worden wil je het eeuwige nu-zijn ervaren gestabiliseerd je eigen maken.

T18.VI.12  5En dus snel je het tegemoet, en laat je je beperkingen wegsmelten, waarbij alle ‘wetten’ waaraan je lichaam gehoorzaamt worden opgeschort, en zachtjes terzijde geschoven.

Sta open heel het egogebeuren te leren passeren met zien dat onze aandacht op het eigenste zijn nooit persoonlijk maar altijd al onpersoonlijk was, is en zal zijn en die dualistrijd van Jan en Katrijntje en iedereen als lichaam leren doorzien als nooit plaatsgevonden.

Zie zelf dat achter die schimmen die ene liefde (licht op filmscherm) die we al in onze DG delen en zijn bewust te ervaren als ons ene zelf, de bron is die we zoeken. Dit stille vragen loze louter eigenste zijn ervaren is de uitnodiging die bron in te gaan en te omarmen en de lekkerheid ervan te ervaren – meer smaken hebben we niet nodig. Het suizen is de onbesuisde dromen leren passeren en de natuurlijke simpele lekkerheid-zijn in ons eigenste onpersoonlijke zijn weer terug in de aandacht te laten brengen en daar al oefenend te leren houden. Die geneest onze kennendheid door onze persoonlijke fantasie- (de anderen zijn de schuld van mijn ongelukkigheid) en doodgaan-gedachten te doorzien als niet echt. Dus ja het verleden van de jantjes en katrijntjes doen elke seconde als of ze echt bestaan en dus hebben bestaan, maar nu op dit moment bereid te zijn te weten er is geen verleden enkel nu een gedachte erover. Leer door het filmdoek in de aandacht te houden zien dat er geen buiten ons kennen-zijn van gedachten bestaat, terwijl we in de schijnbare dubbelheid van de film persoonlijk de kinderen naar school lijken te brengen.

T18.VI.13  Er schuilt in deze ontsnapping niet het minste geweld. 2Het lichaam wordt niet aangevallen, maar simpelweg correct waargenomen. 3Het beperkt jou niet, gewoon omdat jij dat niet wilt. 4Je wordt er niet echt uit ‘opgeheven’; het kán jou niet bevatten. 5Je gaat daar waar jij wilt zijn, waarbij je een gevoel van het Zelf verwerft, en niet kwijtraakt. 6In deze ogenblikken van bevrijding van fysieke beperkingen ervaar je veel van wat er in het heilig ogenblik gebeurt: het opheffen van de barrières van tijd en ruimte, de plotselinge ervaring van vrede en vreugde, en bovenal het ontbreken van lichaamsbewustzijn en het achterwege blijven van het zich afvragen of dit alles al dan niet mogelijk is.

Leer dat onpersoonlijke vormloze aandacht zijn zonder straf en schuld en meer al oefenend te aanvaarden als ons ene zelf. Natuurlijk alleen als je dat zelf ook echt wilt omarmen, anders word je onnodig bang of ga je persoonlijk stoer doen.

T18.VI.14  Het is mogelijk omdat jij het wilt. 2De plotse verruiming van het bewustzijn die plaatsvindt door jouw verlangen ernaar is de onweerstaanbare aantrekkingskracht die het heilig ogenblik in zich draagt. 3Het roept jou op jezelf te zijn, in de geborgenheid van zijn omhelzing. 4Daar worden de wetten der beperking voor je opgeheven, om jou tot openheid van denken en vrijheid uit te nodigen. 5Kom naar dit toevluchtsoord, waar jij in vrede jezelf kunt zijn. 6Niet door te vernietigen, niet door uit te breken, maar louter door er vredig mee te versmelten. 7Want daar zal vrede zich bij jou voegen, eenvoudig omdat jij bereid was de beperkingen los te laten die jij aan de liefde hebt opgelegd, en omdat jij je met haar verbonden hebt waar ze is, en waar ze jou naartoe heeft geleid, in antwoord op haar zachtmoedige roep om in vrede te zijn beletten. 20En zolang jij meer waarde ziet in slapen dan in waken, zul je dat niet loslaten.

Belangrijk is dat je nu bewust kiest voor liefde-zijn omdat de loutering je liet zien dat je anders in de patstelling blijft geloven van het ego-filmverhaal, en blijft wensen te zien dat je filmacteurs lichamelijk en persoonlijk dualistrijdrondjes zwemmen, op zoek naar liefde. Dan blijft de liefde van onze ene bron een mogelijk prachtig in elkaar zittend theoretisch verhaal, in plaats van de simpele woordloze eigenste zijn lekkerheid van de louter zijn-ervaring in je te ervaren en dat we dit eigenste zijn met God en iedereen delen, want er zijn geen twee of meer zijnen.

T3.VI.11  Er is niemand die niet het gevoel heeft dat hij op een of andere manier gevangen is. 2Als dit het gevolg is van zijn eigen vrije wil, moet hij zijn wil zeker als niet vrij beschouwen, anders zou de cirkelredenering in deze stellingname overduidelijk zijn. 3Vrije wil móet tot vrijheid leiden. 4Oordelen brengt steeds gevangenschap, omdat het segmenten van de werkelijkheid volgens de wisselvallige maatstaven van het verlangen afscheidt. 5Wensen zijn geen feiten. 6Wensen is te kennen geven dat willen niet volstaat. 7Maar niemand die juist denkt gelooft dat wat gewenst wordt even werkelijk is als wat wordt gewild. 8Zeg in plaats van: ‘Zoekt eerst het Koninkrijk der Hemelen,’ liever: Wilt eerst het Koninkrijk der Hemelen,’ en je hebt gezegd: ‘Ik weet wat ik ben en ik aanvaard mijn eigen erfenis.’

Door zelf dood-te-gaan-dromen op poppen te projecteren denkt de Zoon te winnen van zijn schepper en dat is ons autoriteitsprobleem. Het antwoord van de HG is dat de Zoon als kloon van God niet dood kan gaan maar wel bang is voor zijn eigen gedissocieerde Schepper en zijn vrede daarvoor opofferde door zijn eigen versie een ego-nazigod te maken. Vervolgens in het huwelijksbed dualistrijd droom die de nazigod de schuld geeft als oorzaak van de persoonlijke jantjes en katrijntjes sores en hun zondes met angst voor de dood bestraft in een vicieuze cirkel van een eeuwige hel terwijl je zelf als maker van deze pijndroom uit beeld blijft.

T29.VIII.2  6En die dus buiten zijn kleine zelf naar kracht dient te zoeken om zijn hoofd op te richten en los te staan van alle ellende die de wereld weerspiegelt. 7Dit is de prijs wanneer je niet vanbinnen op zoek gaat naar zekerheid en de vredige rust die jou van de wereld bevrijdt, en je er los van laat staan, in rust en vrede

Dit persoonlijk lichamelijk schuldig zijn, gestraft, veroordeeld en zichzelf opofferen om de hemel te bereiken, is wat de meeste religie-dualistrijdssystemen onbewust dicterend uitbreiden waarmee ze ons in het pijn-en-doodverhaal op het slagveld in een labyrint gevangen lijken te houden.

Het ego-verledenscript geeft persoonlijke aandacht aan een nazigod van wraak op het goed en slecht zijn van de poppen in plaats van de Liefde die God wezenlijk deelt onpersoonlijk uit te breiden gewoon nu te aanvaarden als ons eigenste zijn.

T16.VII.6  3Het heilig ogenblik is het tegendeel van het starre geloof van het ego dat verlossing door middel van wraak om het verleden wordt bereikt.

Die onware aanvalsgedachten van de poppenspeler die droombeelden maakt waarin zich de film afspeelt dat persoonlijke poppen zondes begaan, is de wraak op het autoriteitsconflict met zijn schepper. Door de HG wordt, zo wij het vragen, onze eigenste onpersoonlijke aandacht weer op de stem van God gericht en de persoonlijk egoscript aandacht wordt weer naar de denkgeest van de Zoon teruggebracht om zo onze waan te laten genezen.

Maar de poppenspeler wil helemaal niet terug om vervolgens op te lossen in de ‘brave onschuldige zoon’ van de Schepper want wij (als Zoonschap) hebben hem zelf als oorlogsschrijver voor ons poppenspel aangesteld en moeten zelf echt willen ophouden te geloven dat de poppenspeler en zijn poppen schuldig zijn. Maar dat ziet er gedicteerd in de film uit als of we daarvoor persoonlijk het lichamelijk zijn moeten opofferen, samen het hele huwelijksbed denksysteem gebeuren.

T20.VIII.7  Een oordeel is slechts een stuk speelgoed, een gril, een onzinnig middel om het ijdele spel van de dood in je verbeelding te spelen. 2Maar visie zet alle dingen recht, en brengt ze zachtjes onder het milde bewind van de hemelse wetten. 3Maar wat als je inzag dat deze wereld een hallucinatie is? 4En wat als je werkelijk begreep dat jij haar hebt bedacht? 5Wat als je besefte dat degenen die erin lijken rond te lopen om te zondigen en te sterven, aan te vallen en te moorden en zichzelf te vernietigen, totaal onwerkelijk zijn? 6Zou je vertrouwen kunnen hebben in hetgeen je ziet, als je dit aanvaardde? 7En zou je het dan zien? 8. Hallucinaties verdwijnen als ze worden gezien als wat ze zijn. 2Dit is de genezing en de remedie. 3Geloof ze niet en ze zijn verdwenen. 4En al wat je hoeft te doen is erkennen dat jij dit hebt gedaan. 5Wanneer je eenmaal dit eenvoudige feit aanvaardt en de macht die jij ze hebt verleend terughaalt naar jezelf, ben je van ze bevrijd. 6Eén ding is zeker: hallucinaties dienen een doel, en wanneer dit doel niet langer wordt hooggehouden, verdwijnen ze. 7De vraag is dan ook nooit of jij ze wilt, maar altijd: wil je het doel dat ze dienen? 8Deze wereld lijkt vele doelen aan te reiken, elk verschillend en elk van andere waarde. 9Toch zijn ze allemaal hetzelfde. 10Wederom is er geen rangorde, alleen een
ogenschijnlijke hiërarchie van waarden.

Het ego stelt democratisch voor als intellectuele oplossing uit deze patstelling te komen en komt met paar miljard argumenten van verleden-fouten en toekomst-problemen die eerst opgelost moeten worden. Kortom het deel dat droomoorlogen tussen jan en katrijntje maakt in de Zoon zijn DG kijkt wel uit om te stoppen met angst, schuld en dood te zaaien want hij is daar onbewust zijn schepper te hebben gedissocieerd juist heel erg bang voor. Hij moet dus meestal via persoonlijke loutering zien dat hier aandacht persoonlijk te houden alleen pijn en erover discussiëren nooit liefde delen te vinden is laat staan uitbreiden.

Daarom moeten we eerst de genade vragen aan de HG om dat echt nu al thuis zijn van ons te leren aanvaarden en ervarend te delen via de stem van God ontvangen en vanuit die stilheid delen, het licht van het ene filmdoek in de onpersoonlijke aandacht te houden, vrede te zien waar in de droom tegelijk oorlog heerst.

Aanvaarden dat wij zelf in onze kennendheid van fantasiegedachten het huwelijksbed-filmgebeuren van tweeheid uit zijn Vaders Eenheid gemaakt hebben om zelf god te spelen en zijn eeuwige vrede en stilheid zijn ervoor opgeofferd heeft om de sterfelijke hoofdrol in de film geloofwaardig te kunnen spelen. Dus om zelf voor god te spelen en die speciaalheid en dood lichamelijk te willen ervaren heeft ons de gewoonheid en lekkerheid van eeuwige liefde zijn gekost en dat kunnen we gelukkig terugdraaien zo we willen.

T15.VII.8  Toch lijken ze alleen maar bij elkaar te zijn. 2Want voor het ego betekenen relaties alleen dat er lichamen bij elkaar zijn. 3Dit is het altijd wat het ego verlangt, en het maakt geen bezwaar tegen waar de denkgeest naar uitgaat of wat hij denkt, want dat lijkt onbelangrijk. 4Zolang het lichaam er is om zijn offer in ontvangst te nemen is het tevreden. 5Voor het ego is de denkgeest privé, en kan alleen het lichaam worden gedeeld. 6Ideeën zijn in principe geen punt van zorg, behalve voor zover ze het lichaam van een ander dichterbij of verder weg brengen. 7En in deze zin is het dat het ideeën beoordeelt als goed of slecht. 8Wat een ander schuldig maakt en hem door middel van schuld vasthoudt, is ‘goed’. 9Wat hem bevrijdt van schuld is ‘slecht’, want dan zou hij niet langer geloven dat lichamen met elkaar communiceren, en dan zou hij dus ‘weg’ zijn.

Daarom moeten wij zelf leren inzien waarom die speciale relaties vanuit pop jan en zijn discussies met de katrijntjes niet echt op te geven zijn want het egoscript bouwt hoop in de toekomst te gaan leren persoonlijke liefde wel ooit echt via het lichaam te delen is door de anderen te transformeren dat ook te willen en ze via discussie en logica te leren hun fouten toe te geven en zo eindelijk ons persoonlijk gelijk te krijgen.

Het egoscript zal nooit zonder hulp van HG het onpersoonlijke aandacht geven aan ons ene filmscherm bereiken voorschrijven en moeten we dat feit eerst erkennen alvorens wij onze onpersoonlijke ene DG zijn als ons zelf kunnen zien en dat het een feit is dat wij en iedereen dat al zijn, waren en zullen zijn.

T11.inl.1.2  2Als jij het ego (ei) gemaakt hebt, hoe kan het ego jou (als kip) dan hebben gemaakt? 3Het autoriteitsprobleem is nog steeds de enige bron van conflict, omdat het ego gemaakt werd uit de wens van Gods Zoon om Zijn vader te zijn. 4Het ego is dan ook niets anders dan een waansysteem waarin jij je eigen vader hebt gemaakt. 5Vergis je hierin niet. 6Het klinkt waanzinnig wanneer het in alle eerlijkheid wordt gesteld, maar het ego kijkt nooit in alle eerlijkheid naar wat het doet.

In onze denkgeest kunnen we alleen ontsnappen uit de dualistrijdhel door eerst open te staan via de HG te leren zien en ervaren dat onze aandacht altijd onpersoonlijk is, was en zal zijn, maar alleen door een langs omend egostemmetje in een persoonlijk hoofd in een verleden geboren bedacht wordt welk idee gedicteerd gewoon door lijkt te gaan.

Met onze al onpersoonlijke eeuwige aandacht erkennend gewoon leren nu al labelloos te kijken vanuit de DG naar zijn innerlijke zelfgemaakte huwelijksbed dualistrijd oorlog egofilmbeelden is de wraak stoppen en de DG genezen.

Dat Pa zijn eenheid boom omhakken gaf in begin van de afgescheidenheid in de Odysseus metafoor in eerste instantie de tijdelijke rust die Penelope al wevend aan gemeenschappelijke speciale relatie in het huwelijksbed van lichamelijke bevrediging leek te komen, omdat er nog geen verleden en toekomst en dus geen discussie was. Want in begin trok Penelope avonds het geweefde spannende poppenverhaal van de dood van de Vader en hun bedgewoel weer uit tot één draad en zo was er niets echts gebeurd. Maar door in die fantasiedroom de poppenspeler alias de geitenhoeder als scriptschrijver aan te stellen kwam al verder wevend aan spannende speciale relatie droomverhalen en werden de 108 jantjes in pop jan verdeeld in 54 goede en 54 slechte jantjes die versus de andere miljarden poppen met 108 katrijntjes een zo groot spektakel gaven dat op een ongemerkt ogenblik de droom-weefkracht van de poppenspeler de baas werd en de maakster dwong de Zoon van God het droomweefsel ‘s avonds niet meer mocht te laten trekken als niet-waar. Verleden en toekomst vielen uitéén als dood en nacht schijnbaar eeuwig in angst, schuld en verleidingen.

Les 250.4  De Zoon van God kan spelen dat hij een lichaam werd, ten prooi aan het kwaad en aan schuld, met maar een kortstondig leven dat eindigt in de dood.

Pas als we zelf met hulp van HG weer bewust aanvaarden en willen blijven weten dat wij zelf als Zoon van God in onze eigenste ene DG de maker zijn geweest van dat huwelijksbed van tweeheidsgedachtes en zijn eeuwige lijkende oorlog dualistrijdsdiscussieveld weer kwijt willen raken, komt de genade van onze innerlijke stilheid aandacht geven de liefdeservaring van de stem van God ons uit verleden-en-toekomstverhalen terughalen naar het onveranderlijke heden zijn en we weer inzien en ervaren dat zijn Vader zijn eigenste Eerste Oorzaak is en niet het fantasiescript-oorzaakverhaal. Hier is vrij vertaald een Thomas-evangelietekst mogelijk behulpzaam en wel wie zijn vader en moeder, broers en zusters niet als aanval (verleden) gedachten herkent kan onze Vaders Eerste Oorzaak kruis (ons heden zijn) niet vinden. Dus wie niet inziet dat alles hier in deze droom niet echt is en als een vorm van wraak in zijn DG op zijn eigenste Oorzaak ziet, en dat hele ego denksysteem niet vergeeft als nooit plaatsgevonden, blijft om de bron staan discussiëren in plaats van ons simpele stilheid zijn en één-zijn delen ingaat. Om te leren het egoangst schuldig zijn verdelingscript als wraak op zijn Oorzaak te doorzien als onze eigenste weerstand in onze DG om zelf eerste oorzaak te willen zijn nu weer wil los laten, om daarmee Gods vrede weer te willen zien en zijn gedissocieerde Vader aanvaardt als zijn eigen Oorzaak en zich zelf als Zijn gevolg vereent.

Zonder de vrede van Vader weer te willen zien kan hij misschien wel zijn eigen 108 opgesplitste in slechte en goede jantjes doorzien als niet waar, maar niet de goede en slechte jantjes van al die miljarden andere poppen vergeven die er buiten hem leken en hem en elkaar als oorzaak van hun ellende moordend achtervolgen, willen corrigeren en straffen blijft afgescheidenheid, angst, schuld, verleidingen en dood geven.

T3.VI.10  Vrede is een natuurlijk erfgoed van de geest. 2Het staat ieder vrij te weigeren zijn erfenis te aanvaarden, maar hij is niet vrij te bepalen wat zijn erfenis is. 3Het probleem waarover ieder moet beslissen is de fundamentele vraag van het auteurschap. 4Alle angst komt uiteindelijk, en soms via zeer kronkelige wegen, voort uit de verloochening van het Auteurschap. 5Die krenking treft nooit God, maar alleen degenen die Hem verloochenen. 6Zijn Auteurschap verloochenen is hetzelfde als jezelf de reden voor jouw vrede ontzeggen, zodat je jezelf slechts in segmenten ziet. 7Deze vreemde waarneming is het autoriteitsprobleem.

We moeten zelf de pijn via genot door loutering die de discussie veldslagen in het huwelijksbeddromen geloven ons lijkt te kosten, leren herkennen in elke communicatie over en weer die het egoscript dicteert en al oefenend leren inzien als niet echt en zo te vergeven, om zo vanzelf Vaders vrede weer in onze DG terug te vinden.

Door in te zien dat de wens genot te zoeken in speciale relaties in het huwelijksbed een fantasiedroom is die pijn vraagt in plaats van liefde, dat feit steeds weer echt onder ogen te willen leren komen, zonder met relaties te stoppen of jezelf en anderen te beoordelen en toch de enige plek te ervaren als onze ene basis, van rust, liefde en veiligheid, eigen te zijn, van de staat van thuis zijn van voor wij dromen gingen maken en geloven in je zijn.

Nu we het genot van eten, drinken, seks en discussiëren over goed en slecht, linksom of rechtsom ons gelijk willen hebben, als loutering door pijn gaan zien, weten we dat de hulpvraag heeft gewerkt en kunnen we de reden vinden waarom er nooit vrede in de aanvalsgedachten en in de wereld te vinden was. Geen mens ziet zonder hulp dit eten, drinken en seks, al dan niet om lichamen uit te breiden en via discussie gelijk willen hebben, als een broodje oorlog, noch zien we de noodzaak te leren ervan af te kicken, het niet langer te geloven en zo innerlijk te vergeven en terug te gaan naar de stilheid van ons geluk-zijn, dat vragen-loze zijn te delen en uit te breiden. Het uit discussie blijven oefenen is van groot belang om ons zelf als DG te blijven weten in plaats van een lichaam. Odysseus krijgt van Athene alias de HG de opdracht als hij thuiskomt eerst te leren met zijn 108 jantjes te zijn maar nooit met hen te gaan discussiëren. Hij moet bewust naar hen leren kijken om zo het klaaglied van de verschillen van 54 goede en 54 slechte jantjes die zijn huis bezetten te leren kennen. Daarnaast moet hij thuis tegen zijn jantjes leren liegen om daarmee zijn innerlijke vrede te bewaren en krijgt hij van Athene de opdracht om in zijn eigen huis de wapens weg te halen en als de jantjes vragen waarom hij dat doet, niet te zeggen waarom, om niet in discussie verzeild te raken, maar te liegen door te zeggen: om ze schoon te maken. Dat uit de oorlog willen blijven is heel moeilijk te delen met anderen want dat wordt dan geheid een discussie wie heeft er gelijk. Het is dus een innerlijk iets, nooit aan anderen opgelegd. Je ziet in dat je de stilheid van onze gemeenschap, ons samen-gewoonheidsschap, dat louter één-zijn deelt, en dat er geen discussie mogelijk is, daar hier in dat ene loutere zijn geen begrippen, waarnemingen, labels nodig zijn om liefde te delen en uit te breiden.

T5.VI.4  Het ego spreekt een vonnis uit, en de Heilige Geest herroept die beslissing, ongeveer zoals een hoger gerechtshof in deze wereld de macht heeft om beslissingen van een lager hof te herroepen. 2De beslissingen van het ego zijn altijd verkeerd, omdat ze gebaseerd zijn op de vergissing ter instandhouding waarvan ze genomen werden. 3Niets wat het ego waarneemt wordt juist geïnterpreteerd. 4Niet alleen citeert het ego de Heilige Schrift voor zijn eigen doeleinden, maar het legt de Schrift zelfs uit als een getuigenis voor zichzelf. 5De Bijbel is naar het oordeel van het ego iets angstwekkends. 6Omdat het de Bijbel als angstaanjagend ziet, legt het die angstig uit. 7Als je bang bent doe je geen beroep op het Hoger Gerechtshof, omdat jij gelooft dat ook zijn vonnis tegen jou gericht zal zijn.

Maar de weerstand in ons, die vorm van wraak, zegt bijvoorbeeld als Odysseus eenmaal bij zijn vader is aangekomen niet: ”Hé Pa ik ben weer terug van nooit weggeweest, hoe is het Nu met U.” Neen, hij steekt uit angst voor wraak een geweldig leugenverhaal af. Pas als hij eerst mag inzien dat de echte Pa niet kwaad is omdat zijn Zoon was weggegaan durft hij te zeggen: ik ben het, je zoon. Iedereen draag iets kostbaarst in zich wat hij of zij deelt met iedereen inclusief God, we kunnen met hulp en veel oefenen leren dat eigenste zijn als stille liefdesgetuige deelfactor te omarmen en liefde-zijn te weten en zo uit de dualistrijd te blijven ook al lijkt dat heftig door te gaan.

De Eerste Oorzaak weet wel dat zijn liefdesgevolg niet aan het scheppen is maar in slaap viel. Voor de allesomvattendheid van God kan er niets onechts gebeurd zijn, ook niet als in zijn Zoons zelfgemaakte droom hij zijn pa de schuld gaf van alle ellende en wil winnen door de poppen te laten sterven en tegelijk daardoor bang is dat die ware God wraak neemt op hem.

T5.VI.2  9Je ego kan deze vrijheid niet aanvaarden en zal er zich op ieder moment en op iedere mogelijke manier tegen verzetten. 10En als zijn maker begrijp jij wat het vermag, omdat jij het zelf daartoe de macht hebt gegeven.

Dus de Zoon is bang voor zijn eigen maaksel. Zijn Vader laat zijn gevolg via de HG de genade zien dat het abstracte ene Filmscherm, alle verwondingen en ellende opgelopen in de projectie persoonlijke geloofsaandacht geven aan de filminhoud als echt, geen gevolgen kan hebben voor hun gezamenlijke onpersoonlijke aandacht die gewoon nog op één thuis zijn is gericht.

Toch leek het gaan geloven in de filmprojectie een sterfelijk kwetsbaar mens van vlees en bloed denken te zijn en zich heeft verwond in het huwelijksbed dualistrijd veld gewoon door te gaan, dus is die dubbelheid vanuit het al thuis zijn onder ogen blijven iets wat met een constante vergeving en de stem van God als leidraad beoefend en doorleefd moet worden tot les 49 de innerlijke stilheid zijn vanzelfsprekend is geworden wat er ook lijkt te gebeuren.

HvL.24.6 Deze cursus blijft steeds hetzelfde benadrukken: op dit moment wordt jou volledige verlossing geboden en op dit moment kun jij die aanvaarden. 2Dit is nog steeds je enige verantwoordelijkheid. 3De Verzoening kan gelijkgesteld worden aan een totaal ontsnappen aan het verleden en een totaal gebrek aan belangstelling voor de toekomst. 4De Hemel is hier. 5Er is geen ergens anders. 6De Hemel is nu. 7Er is geen andere tijd. 8Geen enkel onderricht dat niet hiertoe leidt, is voor Gods leraren van belang. 9Alle overtuigingen zullen hierop gericht zijn als ze juist worden geïnterpreteerd. 10In deze zin kan worden gezegd dat hun waarheid in hun bruikbaarheid ligt. 11Alle overtuigingen die tot vooruitgang leiden, dienen gerespecteerd. 12Dit is het enige criterium dat deze cursus vereist. 13Meer is niet noodzakelijk.

Het ‘naar de vader gaan’ is in wezen een illusie maar de bereidheid om hulp te accepteren met dat we al thuis zijn het leren loslaten van het geloof in het hele filmverhaal over thuis komen, de vergeving van zien dat de hele filminhoud nooit echt gebeurd is. Het is wat in het Thomas-evangelie wordt bedoeld met ‘twee zullen rusten op een bed, de één zal sterven, de ander zal leven’. Het is het droom huwelijksbed weefsel in onze denkgeest weer vergevend uittrekken tot die ene Eerste Oorzaak draad weer ervaren wordt als onze eigenste liefdes Oorzaak.

VvT.2.1 6Een gedachte dat je van je Schepper gescheiden bent en een wens te zijn wat Hij niet heeft geschapen.

Nu we geholpen door HG weer de aandacht op het kennen zijn (als zichzelf verlichtend filmscherm) dat hij deelt met zijn Schepper en heel het Zoonschap kan richten en zo de droommaker en al de jantjes en katrijntjes poppen oorlogen als film illusie verleden en toekomst gedachten beelden heeft doorzien en ze zo hun onveranderlijke louter nu zijn teruggeeft en alle filmfiguren schuldeloos bevrijd heeft van hun zelfstandig afgescheiden waan lichaam te zijn.

Hoe dubbel is het dat die jantjes-en-katrijntjesstemmetjes ook in de droom die is doorzien als niet echt, dus zonder hun echtheid nog te geloven, toch als schim­men lijken door te blijven kleppen over schuld, zonde en angst. We moeten in elke dialoog blijven oefenen om te ontoorlogen met leugentjes voor liefde in plaats van gelijk te willen hebben. Dat gelijk willen hebben leren we zo te passeren. Dat zien van die schijnbare dubbelheid kan misschien in begin een behoorlijke teleurstelling zijn, dat je na zoveel moeite om al je slechte en heilige jantjes en die van de andere poppen te doorzien en terwijl je ze vergevend naar de waarheid gebracht hebt, nog niet echt van ze af bent en ook nog moeten leren liegen tegen ze zonder de discussie in te gaan. Elk van de 108 jantjes, waarvan 54 aardige en 54 slechte, blijft ieder op zich klagen, oordelen, veroordelen en opscheppen enz, en tegelijk doen alsof ze één jantje zijn, in een lichaam zijn, en zal opscheppend blijven beweren dat zijn persoonlijke inzet de thuisreis heeft geregeld, maar dat andere slechte jantjes en katrijntjes hem hebben tegengewerkt.

Het ego praat via de jantjes nooit over de genade van Gods vergevingsplan waar je de goede en de slechte jantjes, kortom heel het klaaglied, eerst leert zien en daarna juist moet vergeven en onze denkgeest zo te genezen en oefenen dat ze gepasseerd moet worden (bijvoorbeeld met het beeld van sneller schieten).

Je bent nu wel af van het geloof in die echtheidsbeleving van het klaaglied van de jantjes en hun objecten van de drie droomtoestanden, maar het geklets van die ikjes gaat dus gewoon door en moet steeds opnieuw in het hier en nu worden doorzien als een verledenverhaal, en zo in ons stabiele onveranderlijke NU zijn eraan voorbij gaan dat ze niet waar zijn is de ware vergeving.

T15.I.8 De Heilige Geest wil dit alles nu ongedaan maken. 2Angst hoort niet bij het heden, maar alleen bij het verleden en de toekomst, die niet bestaan. 3Er is geen angst in het heden, wanneer elk ogenblik helder en los van het verleden staat, en zijn schaduw zich niet tot in de toekomst uitstrekt. 4Elk ogenblik is een zuivere, smetteloze geboorte waarin Gods Zoon uit het verleden oprijst in het heden. 5En het heden breidt zich voor eeuwig uit. [] 9. Deze les vergt geen tijd. 2Want wat is tijd zonder een verleden en een toekomst?

Elke verwachting of beeld dat we van God hebben, blijkt van geen kant te kloppen. De God die slechts onvoorstelbaar louter ‘ís’ heb je altijd over het hoofd gezien omdat je door je blinde geloof in de zelfverbeelde spannende speciale relatie huwelijksbedfantasie-filmverhalen naar een objectieve ‘super-pop-god’-waarneming buiten je zocht die ons persoonlijk alles qua geluk kan geven als je hem maar aanbidt.

T26.VII.14.7  Als enige vorm van verlies mogelijk is, dan is Gods Zoon incompleet gemaakt en niet zichzelf. 8En dan zal hij ook zichzelf niet kennen, of zijn wil herkennen. 9Hij heeft (met de speciale relatie droom willen zien) zijn Vader en zichzelf afgezworen, en Hen Beiden tot vijanden in de haat gemaakt.

We hebben al in de voorgaande lessen vaak genoeg bewezen dat we onze gewaarzijn niet uit kunnen dus bestaat er geen buiten en is binnen het enige dat we kennen en wat we al zijn, dus we zien geen wereld noch figuren, maar slechts fantasie-waangedachten erover in onze eigenste DG.

Van boven het slagveld met onpersoonlijk licht op zijn eigenste aandacht verwijlend schouwen we zo naar deze gruwelfilms en brengen nu juist steeds opnieuw onze eigenste stilheid-zijn-ervaring als vrede van God kennen en delen in ons terug. Door heel de film als niet meer echt te weten kan je denkgeest genezen van elk geloof in verleden speciale-relatieverhalen je daarom de onpersoonlijkheid van onze aandacht als stabiele basis teruggeven. Onpersoonlijk vragenloos zijn schouwend aandacht geven, brengt de lekkerheid van ons eigen onveranderlijke en eeuwig eigenste kennen-zijn en stilheid-zijn en kun je je de vrede van Gods essentie herinneren. Hierin leren te verwijlen brengt je pas echt de verbazing over de innerlijke schoonheid en lieflijkheid van de eenvoud van onze ene eigenste zijn.

Les 208  Ik ben niet een lichaam. Ik ben vrij (van de drie droomtoestand waarnemingen). Want ik blijf wie ik ben, zo schiep God mij. 1De vrede van God straalt nu in mij. 2Ik zal stil zijn en de aarde met mij stil laten zijn. 3En in die stilheid vinden wij de vrede van God. 4Ze verblijft in mijn hart dat van God Zelf getuigt.

Ons Kennen zijn dat zichzelf Kent (kennendheid= geest) en dat er altijd al allesomvattend was, is en zal zijn, zonder een ander moment dan het ‘eeuwige heden van het geluk zelf ’ te kennen, heeft nooit iets nodig, noch van de drie (film) toestanden van waken, dromen en droomloze slaap, noch met hun poppenspel, noch van hun ego afgodenspel. Onafhankelijk van welke speciale relatie huwelijksbed drama film er ook te zien lijkt, blijkt dat ons kennen in onze DG als één filmdoek delen er deelgenoot van moet zijn. Zo kent en erkent de bevrijde onpersoonlijke aandacht van de Zoon zijn waanidee het met persoonlijke aandacht geven aan pop jan alles alleen te willen doen, los van anderen, maar wel zoekt naar een speciaal lichaam om daar meer geluk te gaan vinden. Het wil niet zien dat alles qua droomfiguren en hun werelden in zijn eigenste vrije DG verschijnt en niet andersom in het hoofd of lichaam van pop jan.

Onze onpersoonlijke Aandacht was nog thuis en wordt in de Odysseus benoemd met de boog die hij bij zijn vrouw Penelope thuis had achtergehouden toen hij naar Troje moest om te strijden. Maar die vredesboog nog steeds thuis hervinden werd slechts speciale persoonlijke relaties willen doorzien als niet echt vergeven en nu richt hij die bevrijde aandacht weer bewust alleen op de stilheid vrede van zijn Vader. Aandacht op onze Eerste Oorzaak brengt nu het geluk van dat één-zijn van Een Zelf vanzelf moeiteloos naar voren komt van nooit weggeweest.

T16.VII.6.4In het heilig ogenblik wordt begrepen dat het verleden voorbij is, en dat met zijn voorbijgaan de drang naar wraak ontworteld en verdwenen is.
2. Aan deze barbaarse fantasie wil je nu juist ontsnappen. 2Is het geen verheugend nieuws te horen dat het geen werkelijkheid is? 3Is het geen blije ontdekking te bemerken dat je ontsnappen kunt? 4Jij hebt zelf gemaakt wat je wilt vernietigen: alles wat je haat en wilt aanvallen en doden. 5Al wat jou angst inboezemt, bestaat niet.

Wauw dat inzicht is de verlossing van de HG in de praktijk, gewoon nu al onze verzoening te aanvaarden van één licht en filmscherm te delen en niet meer bang zijn voor speciale verlangens of schuldig zijn als filmfiguur iets zondigt lijkt te doen jegens zichzelf of andere filmfiguren.

Maar toch terwijl de genezen Zoon zijn onpersoonlijke aandacht van Pa gekregen weer leert te gebruiken en daarmee dat persoonlijke speciale relaties projectie drama doorziet terwijl hij eraan lijkt mee te doen en zo zijn eigenste gelukkig zijn basis overhoudt zonder er iets speciaals voor te doen of te laten.

Vanuit de door de HG genezen projector van films maken en geloven word je vanzelf moe van de illusie van speciale relaties privé fantasie denken en zijn vele pijnlabels tot de dood erop volgt. Met die loutering komt de keuze: ‘houd alleen je onveranderlijke eigenste stilheid-zijn van dit moment in de aandacht’! Zo wordt dat vrij zijn idee nu aanvaard en ervaren en weten we pas echt dat onze aandacht op de onpersoonlijke aandacht houden het liefdes-lekkerheid-zijn-lied van God is.

Onze aandacht ongedaan laten maken als persoonlijk brengt al oefenend het inzicht dat de projector, de keuzemaker, gewoon al onpersoonlijk was, is en zal zijn, dat aanvaarden brengt dat we naar speciale relaties fantasieën kijken en ze verder niet meer hoeven te geloven en zo ons de heilige relatie herinneren, alle illusies te passeren: de ware vergeving. Hiervoor hoeven geen speciale Jantjes versus Katrijntjes in hun huwelijksbed opgeofferd te worden, gewoon slechts een nieuw idee omarmen dat we niet een lichaam zijn maar de Zoon van God, en je met die innerlijke stilheid in de aandacht als leidraad je DG weer heel en heilig te laten maken.

T18.VI.8 []2Het huis van de wraak is niet het jouwe; de plaats die jij reserveert om jouw haat te huisvesten is geen gevangenis, maar een illusie van jezelf. 3Het lichaam is een beperking, opgelegd aan de universele communicatie die een eeuwige eigenschap van de denkgeest is. 4Maar de communicatie zelf is innerlijk. 5De denkgeest reikt uit naar zichzelf. 6Hij is niet samengesteld uit verschillende delen die elkaar bereiken. 7Hij gaat niet naar buiten. 8In zichzelf kent hij geen grenzen, en buiten hem is er niets. 9Hij omvat alles. 10Hij omvat jou totaal: jij in hem en hij in jou. 11Er is niets anders, nergens en nooit.

Het als DG deelgenoot zijn van het kennen zijn van de stilte – als één Gewaarzijn – en dat leren weer bewust oefenend aandacht te blijven geven en zo te ervaren, brengt het zien dat al die oorlogswaarnemingen in de beide droomtoestanden niet waar zijn. Met die vergeving komt de verzoening; in de praktijk van het ontoorlogen helpt de HG je met gevleugelde woorden en handelingen er niet meer in te geloven en zo verandert de speciale relatie in een heilige.

Ga zelf kijken is dat – door het simpel eigenste zijn als verstild verwijlend schouwend te aanvaarden daarmee te ontsnappen uit de droomdualistrijd – geen wonder?

Maar het niemand houdt van mij klaaglied van pop jan zien blijft bestaan in deze droomwereld en zijn ogen blijven verschillen en dus ook speciale dingen zien, om ontoorlogen te leren en al de jantjes versus kartijntjes zonder ze te geloven liefelijk te volgen, brengt het teken dat je aan genezen bent en door alles van die 108 jantjes heen te zien en het geheel van de dromen aan de HG te geven leer je dat ‘de schuld ligt bij de katrijntjes of bij god’ niet meer te geloven en zo alle speciale relatie-ideeën te passeren zonder dat ze weg moeten.

Terwijl je – door genade van de HG die letterlijk onze ene kennendheid/geest is die weet dat we geen lichaam zijn maar DG – bewust wordt en leert stabiliseren dat jij als Zoon het zelf bent die deze hel van het poppenspel hier in zijn DG maakt en droomt en dat het geheel niet bestaat noch bestond of ooit zal bestaan.

T18.VI.9 Het lichaam ligt buiten je en lijkt jou slechts te omgeven, waardoor het je van anderen afsluit en jou van hen en hen van jou gescheiden houdt. 2Het is er niet. 3Er is geen barrière tussen God en Zijn Zoon, en evenmin kan Zijn Zoon van Hem gescheiden zijn, behalve binnen illusies. 4Dit is niet zijn werkelijkheid, ook al meent hij van wel. 5Dit zou echter alleen zo kunnen zijn als God Zich had vergist. 6God zou dan anders hebben moeten scheppen, en Zichzelf afgescheiden moeten hebben van Zijn Zoon om dit mogelijk te maken. 7Hij zou andere dingen hebben moeten scheppen, en andere orden van werkelijkheid tot stand hebben moeten brengen, waarvan er slechts enkele liefde waren. 8Maar liefde moet voor eeuwig aan zichzelf gelijk zijn, voor eeuwig onveranderlijk, en voor eeuwig zonder alternatief. 9En zo is het. 10Je kunt rond jezelf geen barrière opwerpen, omdat God er geen geplaatst heeft tussen Zichzelf en jou.

De liefde die je nu – zonder je wraakdromen maken en geloven – overal met of zonder ogen open ziet en niet meer weggegeven kan worden aan nazi-god of schuldige anderen, ontvouwt zo meer en meer de lekkerheid om door de heftige filmbeelden heen van uit onpersoonlijke aandacht licht schouwend ons lieflijke heilige onzichtbare smetteloze filmdoek, je thuis als stilheid, de vrede van één eigenste liefde zijn en dat zijn delen en zo achter iedereen die buiten je lijkt maar in ons ene zijn een heiligheid deelt, is daarom dat ene zijn uit te breiden.

T15.I.8  De Heilige Geest wil dit alles nu ongedaan maken. 2Angst hoort niet bij het heden, maar alleen bij het verleden en de toekomst, die niet bestaan. 3Er is geen angst in het heden, wanneer elk ogenblik helder en los van het verleden staat, [] 7Er is geen herinnering aan duisternis, en onsterfelijkheid en vreugde zijn er nú. 9. Deze les vergt geen tijd. 2Want wat is tijd zonder een verleden en een toekomst?

Net zo lang totdat je met onpersoonlijke aandacht je door God gegeven licht-zijn door je wraak-filmideeën heen plotseling ziet: verrek ik ben nooit die pop jan in dat poppenspelfilm geweest. Ik was al die tijd zelf de filmregisseur, die de keuze maakte aandacht persoonlijk tot brein van de acteur in de film te maken uit wraak tegen zijn onpersoonlijke aandachtslicht als gevolg te moeten delen met zijn Vader.

T16.IV.6:1,2 Het is niet jouw taak op zoek te gaan naar liefde (want dat ben je al), maar enkel in jezelf alle hindernissen te zoeken die jij (als liefde zijn) ertegen opgeworpen hebt, en die te vinden (realiseren dat je dat al ben en daarom nooit kunt vinden). Het is niet nodig te zoeken naar wat waar is(want dat ben je al), maar wel naar wat (qua droom filmwaarnemingen) onwaar is (te leren schouwend te passeren als nooit gebeurd)”.
3. Kijk tenminste vijf keer vandaag, telkens zeker een minuut, naar de wereld om je heen. 2Zeg bij jezelf, terwijl je ogen langzaam van het ene naar het andere voorwerp, van het ene naar het andere lichaam gaan: 3Ik zie alleen het vergankelijke.
les 33. 2. Kijk gewoon ongedwongen rond in de wereld die jij als buiten jezelf waarneemt, sluit dan je ogen en bezie je innerlijke gedachten met dezelfde ongedwongenheid. 2Probeer tegenover beide evenveel afstand te bewaren en deze onthechte houding te handhaven wanneer je het idee in de loop van de dag herhaalt. 3. De korte oefenperioden moeten zo talrijk mogelijk zijn. 2Ook moet je het idee van vandaag onmiddellijk specifiek toepassen zodra zich een situatie voordoet die je in de verleiding brengt verstoord te raken. 3Zeg bij zulke toepassingen: 4Er is een andere manier om hiernaar te kijken.

Ik zie in één totaalbeeld een vrouw de was ophangen tussen bloeiende bomen waartussen ook kinderen spelen en hoor tegelijk een vliegtuig overvliegen. Horen en zien zijn geprojecteerde verledengedachten door labels op alles te plakken, afgescheiden gemaakt die elk maar een seconde leven en weer verdwijnen zonder dat ons eigenste kijken het schouwen met verstilde aandacht ooit weg kan of gaat.

T7.III.4  In het Koninkrijk zijn betekent eenvoudig je totale aandacht erop richten.”

Onze onpersoonlijke aandacht is van God – die garandeert in elke schijnbare situatie onze schuldenloosheid en oordeelt niet. Ons gewaarzijn volgt gedachten en is onze onbeïnvloede getuigenheid, het stille punt van het kennen-zijn van een verledenwereld vol waan en gekte.

T18.VII.3  In geen enkel ogenblik bestaat het lichaam überhaupt. 2 Het wordt altijd herinnerd of geanticipeerd, maar nooit precies in het nu ervaren. 3 Alleen zijn verleden en toekomst verlenen het een schijn van werkelijkheid. 4 De tijd heeft er volledig controle over, want zonde ligt nooit geheel in het heden.

Hier is ’Ik zie alleen verleden’ (les 7) weer aan bod. Mijn DG is alleen maar bezig met voorbije wraakgedachten (filmbeelden) persoonlijke aandacht te geven en wil niet meer zien wat er nu gewoon echt onveranderlijk als ons ene onvoorstelbare kennendheid (filmscherm) is. Waarom zien we verleden films en niet wat er nu gewoon nog is omdat ik fantasi gedachten tot beelden en zo tot droomfiguren hebt gemaakt die het onveranderlijke nu zijn verstoppen zoals de film volgen het filmscherm weg laat lijken. Hoe voelt ons zijn als blanco filmscherm als nu als kennen van dit moment zelf als stilheid dat filmgeluiden hoort maar zelf niet stil is maar vredig zoemt, bonst en gonst en onze onpersoonlijke aandacht leerde weer naar het scherm te kijken in plaats van het slagveld van de droomfiguranten. Dat scherm passeert moeiteloos de filmbeelden – die hoeven niet weg want ons licht terugvinden verandert de poppenspeler en zijn schimmenspel van zelf.

Het

Les 95.1 ;4 zachte ruisen van de vleugels van vrede’ brengt

zo door de vergankelijke filmbeelden en figuren heen kijkend – verwijlend suizend – de stille stem van Gods sfeer van aandacht die zich voelbaar kenbaar maakt en de wraakspinsels en labels van een nooit bestaand verleden met het simpele nu-zijn wegspoelt.

T27.IV.in stilte krijgen alle dingen een antwoord en wordt ieder probleem stil opgelost.

Daarom: wees met ogen dichtdoen direct in onze eigenste DG, in plaats van in het hoofd van pop jan (zie les 129) en zie zelf die simpele innerlijke stilte. Dit zijn zelf is niet stil en als genade dat stille zoemende en gonzende zijn ervaren weer teruggevonden hebben brengt het aanvaarden dat dit de stem van god is.

Onze stilte bewust zijn aandacht geven zal meer effect hebben dan duizenden tongen beweren. Die stilheid nu zijn stem van God in de aandacht weten is de ontwikkeling van Gods wilskracht aanvaarden in plaats van speciale lichamenrelaties te willen zien die altijd met iedereen in de aanval via schuld en angst, verledengedachten gelovend, de wraak van de Zoon op zijn Vader en de reden dat we in die vicieuze cirkel vast lijken te blijven zitten. Blijf hulp vragend als het stille onveranderlijke Zelf (Kennendheid van gedachten) onze eigenste vorm en tijdloze getuigenheid de bedenker van het poppenspel aandacht geven zonder dat je het egodictaat: ‘God en de anderen zijn schuldig aan mijn ongelukkig zijn’ nog gelooft. Er is een einde aan de cirkel van egogedachten geloven mogelijk, zonder dat het weg hoeft. Maar:

T16.VII.3 Onderschat niet de intensiteit van de drang van het ego om zich op het verleden te wreken.

Er is in het Zelf van onze ene DG, dat louter kennen-zijn is, alleen maar vrede en die niet nu ervaren, is bewust een vorm van wraak willen zien. Daardoor zie je de wereld vol aanvalsgedachten waar iedereen doodgaat, wat je ook doet of laat en daarom wil pop jan voor zijn dood zich altijd op iets of iemand wreken. Zie zelf waarom het ego nooit zijn eigen dissociaties van God zijn schepper toe zal geven.

Het mooiste is dat je die eenmaal herkende liefde toch blijkt te kunnen delen, ook al gaat de droom met al zijn persoonlijke lichamelijke spelletjes van angst en wraak en vergankelijke pijndingen zien gewoon door. Dat onschuld achter iedereen en elk ding weer willen en mogen zien en zo woord- en vragen-loos kunt delen met hen die nog lijken vast te zitten in het droomgeloof waarin zij hun speciale relaties dualistrijd privégedachten koesteren, is hun onzichtbaar bewust liefde te geven en dat in lekkerheid ervaren van je eigenste zijn terug te ontvangen. Want innerlijke rust en vrede weten voor jezelf en de anderen is toch echt een innerlijke zaak en niet iets wat van buiten afhankelijk blijkt. Hoe kan de afgescheidenheid dan nog echt in je huizen als je nu ‘anders’ ziet? Hoe kan ook de ‘liefde’ voor wereldse vergankelijke bevredigingsdingen nog echt geloofd worden ook als je het gewoon nog pop jan ziet doen, als je ziet dat de hele droominhoud niets met onze gezamenlijke echte onvergankelijke heerlijkheid van Liefde te maken heeft?

T11.IV.1 Vergeet nooit {} 3 Jouw (Zichzelf vormloze Kennende) Zelf heeft geen verlossing nodig, maar jouw denkgeest( kennendheid van ware of onware gedachten) moet leren wat verlossing is. 4 Je wordt niet verlost van iets (in die betekenisloze wereld), maar je wordt verlost voor de (innerlijke) heerlijkheid. 5 Heerlijkheid is jouw erfgoed, jou gegeven door je Schepper opdat je die zou uitbreiden.

Met verbeelde onware gedachten geloven wordt alles een pijn-en-dooddictatuur, dus egopijn-dualistrijdsgedachten wel zien maar vanuit stilte niet openen als waar, is suizen, schouwend verwijlen, of hoe je dat ook benoemt. Dit stille getuige-zijn van ware gedachten stelt geen voorwaarden aan het antwoord, het ís louter. Altijd iets verkeerd zien en dat willen corrigeren of afstraffen bij de anderen is je eigen oorzaak van die fout niet willen inzien, dus de keuze is: wil je dit onware waar blijven maken of gewoon doorzien als niet echt.

T22.IV.8 God rust met jou in stilte, niet verdedigd en totaal niet verdedigend, want alleen in deze staat van stilte schuilt kracht en macht. 9 Hier kan geen zwakheid binnendringen, want hier is geen sprake van aanval en dus ook niet van illusies. 10 Liefde rust in zekerheid. 11 Alleen onzekerheid kan defensief zijn. 12 En alle onzekerheid is twijfel over jezelf.
4Ik zie niets wat duurzaam is.

===omdat ik verleden vol huwelijksbed fantasie film gedachten persoonlijke aandacht wil geven.

5Wat ik zie is niet werkelijk.

=== want waarnemingen zijn mijn eigen fantasiegedachten projecties in een deel van mijn eigenste DG.

6Wat ik zie is een vorm van wraak.

=== sterfelijk te willen zijn en zo Pa eruit te gooien de voorkeur en aandacht te geven in plaats van Gods eeuwige Liefde Zijn nu verstild te zijn en te delen.

7Vraag jezelf aan het einde van elke oefenperiode af: 8Is dit de wereld die ik werkelijk wil zien? 9Het antwoord is overduidelijk.

=== neen ik wil best wel leren geloven dat die wereld niet echt is en mijn ouders, broers, zusters, kinderen en al mijn geliefden ook niet, maar dan zegt het ego vervolgens direct: ik ga dat morgen wel veranderen, moet nu de kinderen eerst naar school brengen en naar mijn werk.

De droomwereld die we zien, is gemaakt door de maker, onze eigenste DG, het vormloos kennen-zijn van onware, verbeelde, vergankelijke gedachten en die kan nu ook weer leren kiezen om liefdevolle ware gedachtes die nog in de denkgeest zijn weer te willen terugzien en ervaren. Per ongeluk en onbewust is in eerste instantie het tegenovergestelde van liefde, de vergankelijkheid, horrorfilmbeelden, aan de oppervlakte gekomen en ben je dat aandachtslicht gaan geven en zo tegen je eigenste Eerste Oorzaak aan het vechten. Je kunt het vergelijken met een klein kind dat tijdens het spelen per ongeluk voor het eerst zijn geslachtsorgaan aanraakt en dat lekkere gevoel ongeleerd intuïtief stiekem verbergt voor zijn pappa, mamma, broertjes en zusjes. Zo ook heeft de Zoon in ons zomaar – uit het niets – een stiekeme gedachte gekregen waarvan hij zelf verbaasd over was en die hem zo plotseling overviel en in beslag nam dat hij spontaan zijn aandacht er geheel aan gaf en daarmee uit de Eenheid tuimelde, door dat ‘gevolg van God zijn’ te dissociëren en zijn fantasie eerste-oorzaak-idee ging uitspelen. Die stiekeme speciale relatie geilheid fantasiegedachten zijn dus geen van alle waar en ons ware aandacht van louter Kennen zijn, woont nog steeds in onze ene Denkgeest.

T18.VI.7  Dit is Gods gastheer zoals jij die hebt gemaakt. 2En noch God, noch Zijn hoogst heilige Zoon kunnen een verblijfplaats betreden die haat herbergt, en waar jij de zaden van wraak, geweld en dood hebt gezaaid. 3Dit ding dat jij gemaakt hebt om jouw schuld te dienen, staat tussen jou en de denkgeest van anderen in. 4Denkgeesten zijn verbonden, maar jij vereenzelvigt je er niet mee. 5Jij ziet jezelf opgesloten in een afzonderlijke gevangenis, afgelegen en onbereikbaar, niet bij machte naar buiten te reiken noch zelf te worden bereikt. 6Je haat deze gevangenis die jij hebt gemaakt, en zou die wel willen vernietigen. 7Maar je zou er niet uit willen ontsnappen en die ongedeerd achterlaten, onbeladen door jouw schuld.

In de onpersoonlijke heelheid van het ware Kennen van de Zoon was het idee van een persoonlijk en sterfelijk belichaamd zijn aandacht geven iets totaal nieuws, maar omdat het zo’n lekker en spannend speciaal gevoel leek te geven, werd dat voor de Zoon de motor van de droomkracht, die hij stiekem in zijn denkgeest verborg voor zijn Vader omdat die niet mee wou doen en zo is door ‘Gods afwijzing’ volgens het egoscript het autoriteitsprobleem ontstaan.

Het is als een kind dat zich wegdraait van zijn ouders om in zichzelf verder te fantaseren over dit idee. Logisch, want niemand zal aan zelfbevrediging doen in het bijzijn van zijn ouders en zo is het ook met de denkgeest in ons die ging fantaseren dat God kon sterven door de zoon te laten sterven en raakten we toen we God dissocieerden van de wal in de sloot en werd ons speciale relatie huwelijksbed droom een nachtmerrie.

Dat afhankelijke lekkere vergankelijke fantasiedroomidee om pa te laten sterven en dat stiekem weghouden voor Pa zijn heelheid en te gaan dromen van het bedgebeuren pop jan versus katrijntjes dualistrijd wereld zien, is de wraak, want (les 14) Pa heeft geen betekenisloze vergankelijke pijn droom gemaakt en ik als zijn Zoon wil het niet van mijzelf weten dat ik iets verkeerd doe, dus projecteer ik de schuld naar anderen poppen en naar de gedissocieerde Scheper en maak in de droom van hem een nazi-strafgod. Het leek in begin toch maar een fantasie-idee, een gedachte en niet echt? Ik mag toch wel een ander idee hebben dan Pa!?

T18.VI.3  Denkgeesten zijn met elkaar verbonden, lichamen niet. 2Alleen door aan de denkgeest de eigenschappen van het lichaam toe te schrijven lijkt afgescheidenheid (wraak) inderdaad mogelijk. 3En de denkgeest lijkt nu gefragmenteerd, afgezonderd en alleen te zijn. 4Zijn schuld, die hem gescheiden houdt, wordt op het lichaam geprojecteerd, dat lijdt en sterft omdat het wordt aangevallen om zo de afgescheidenheid in de denkgeest vast te houden en hem zijn Identiteit niet te laten kennen. 5De denkgeest kan niet aanvallen, maar hij kan wel (wraak) fantasieën maken en het lichaam gelasten die uit te spelen. 6Toch is het nooit wat het lichaam doet dat voldoening lijkt te geven. 7Als de denkgeest niet gelooft dat het lichaam in feite zijn (wraak) fantasieën aan het uitspelen is, zal hij het lichaam aanvallen door de projectie van zijn schuld erop te doen toenemen.

Hier en nu wordt ons antwoord gevraagd, wil je gelijk of geluk, wil je doordromen of genezen worden van vergankelijk speciale relaties oorlog huwelijksbed pijn en wraak droompje te willen zien als waar? Het is niet fout of slecht, gewoon niet waar en de uitnodiging is kijk er met de HG eens goed naar wat je gemaakt lijkt te hebben en vraag jezelf af ben je tevreden met je droom of mis je er iets in wat niet te vinden is? Aanvaard de nooduitgang van de heilige relatie en ervaar God is liefde en straft ons niet met die geheime wraakfantasiedroom-makerij dus God weet dat er niets anders is dan liefde-zijn en dat zijn delen wat vanzelf geluk uitbreidt. Pas met de verzoening te aanvaarden krijgen we dat, herkregen door genade hulpvraag, verstilde inzicht van vergeving van heel de droom en komt het onvoorstelbaar louter zijn met God Eén-Zijn delen van ons allen weer door.

H21.V.1 6 De zachte, stille Stem namens God wordt niet overstemd door al het schorre gekrijs en zinloos geraas van het ego tegen degenen die Haar wensen te horen. Waarneming is een keuze en geen feit.

Belangrijke noot
Om de structuur in de tekst beter zichtbaar te maken zodat de betekenis van de inhoud misschien makkelijker begrepen kan worden
is de tekst verdeeld in met kleur gearceerde tekstblokken.

Turqoise: de tekst van de les
Geel: de teksten uit de cursus die extra aanvulling geven
Geen achtergrond kleur: toelichting van Jan en Gertrude


Klik hier om dit artikel in pdf formaat te downloaden.